Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en" principieel doen afwijken van hetgeen ik zoojuist te dien aanzien met betrekking tot de contentieuse procedure heb geschetst.

In de eerste plaats is het bij verschillende procedures van vrijwillige rechtspraak in het geheel niet mogelijk, om twee „partijen" aan te wijzen 6), terwijl bij de rest dier procedures slechts in een vaak zeer oneigenlijken zin van partijen kan worden gesproken7); reden waarom ik het woord partijen hier tusschen aanhalingsteekens heb geplaatst. Hierbij komt nog, dat, zoo er al in een procedure van vrijwillige rechtspraak twee „partijen" zijn aan te wijzen, deze nooit als de uitsluitende belanghebbenden bij den uitslag dier procedure kunnen worden beschouwd; steeds is er öf het belang van een „derde" 8) öf een of ander meer algemeen belang 9) bij dien uitslag betrokken. Het gevolg van dit alles is, dat aan de „partijen" iedere directe of indirecte invloed op den uitslag der procedure moet worden ontnomen. Het gaat niet aan, dat „partijen" door haar processueele houding, haar erkenningen en haar eeden ook over andere belangen, dan uitsluitend de hare, vrijelijk kunnen beschikken. Voor die procedures, waarin niet eens twee „partijen" kunnen worden aangewezen, moet dit alles a fortiori worden aangenomen. De aan „partijen" ontnomen invloed op den gang van zaken kan alleen maar aan den rechter ten deel vallen, die trouwens wel de meest geschikte persoon is om voor de vreemde belangen te waken.

In de tweede plaats oefent hier het bestuurskarakter der procedures van vrijwillige rechtspraak grooten invloed uit. Iedere procedure van vrijwillige rechtspraak is er n.1. op

•) Zie bijv. de procedures bedoeld in de artt. 68, 412, 435, 1026 en 1722 B.W. (in de hierachter opgenomen bijlage nader omschreven). ') Men overtuige zich hiervan door voor zichzelf de procedures van vrijwillige rechtspraak, hierachter als bijlage opgenomen, bijlangs te gaan.

8) Zulke derden-belanghebbenden zijn bijv. minderjarigen, curandi, afwezigen. Ook hier geldt verder het in 7) opgemerkte.

•) Bijv.: het belang van een goeden burgerlijken stand (zie art. 70 B.W.); het belang, dat het publiek zich niet kan vergissen in merken of handelsnamen. Men overtuige zich verder op de in 7) aangegeven wijze.

Sluiten