Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zonder uitdrukkelijke wetsbepaling geen kostenver oordeeling.

Zooals ik hierboven uiteengezet heb, moet de regel der kosten veroordeeling worden beschouwd als een wettelijke risicoverdeeling. Juist omdat het hier een aansprakelijkheid buiten schuld betreft, is een uitdrukkelijke wetsbepaling voor het vestigen dezer aansprakelij kheid noodig. Wanneer de wet nu ten aanzien van een bepaalde groep procedures de vraag der kostenveroordeeling onbeantwoord laat, dan moet men, wil men het rechtskarakter der kostenveroordeeling niet volkomen miskennen, concludeeren, dat eventueele kosten moeten worden gedragen door hem, die ze maakte. Alleen de wet zou in dit natuurlijke risico verandering hebben kunnen brengen.

Conclusie.

Resumeerende acht ik op grond van het voorafgaande den regel der kostenveroordeeling bij de procedures van vrijwillige rechtspraak niet van toepassing, zoodat de kosten bij die procedures blijven ten laste van hem, die ze maakte, tenzij de wet in een bijzonder geval uitdrukkelijk anders bepaalt5).

Jurisprudentie en schrijvers.

Tot de conclusie, dat de regel der kostenveroordeeling bij de procedures van vrijwillige rechtspraak in het algemeen niet geldt, komen ook de Hooge Raad 8) en alle schrijvers 7), doch

°) Zie in dit verband art. 828 hR.v., art. 41/ W.v.K., artt. 5(M en 50e Auteurswet en art. 17 van het ingetrokken ontwerp Crisis-Uitstelwet 1933.

«) Arresten van: 25 Februari 1896 W. 6778; 29 Juli 1904 W. 8097; 19 November 1925 N.J. 1926 bldz. 91; 18 Juni 1926 N.J. 1926 bldz! 1074; 26 Augustus 1929 N.J. 1929 bldz. 1531; 21 October 1929 N.J. 1929 bldz. 1681 met noot P.S.; 9 December 1929 N.J. 1930 bldz. 86 met noot P.S.; 25 Januari 1935 N.J. 1935 bldz. 1633; 11 April 1935 N.J- 1935 bldz. 819; 25 October 1935 N.J. 1936 No. 130 en 7 Januari 1938 N.J. 1938 No. 552.

') Zie: Suyling, t. in § 1 noot 10 a.p.; van Rossem (aangeh. in noot 1) bldz. 119, ad art. 56, aant. 6 noot 3; Star Busmann (aangeh. in noot 1) deel IV, 2e druk, bldz. 585 sqq., No. 406; Zuidema (aangeh. in § 1 noot 10) bldz. 106 en Cleveringa bij van Rossem (aangeh. in noot 1) bldz. 573, ad art. 345, aant. 5.

Sluiten