Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tenzij de wet uitdrukkelijk anders bepaalt, is een niet absoluut nietige beslissing, waartegen geen rechtsmiddel meer openstaat, volkomen onaantastbaar; in tal van gevallen heeft de wet inderdaad voorschriften gegeven, krachtens welke eenmaal gegeven beslissingen kunnen worden herzien 42), een dergelijke herziening is echter uitsluitend mogelijk, wanneer en voor zoover zij op een uitdrukkelijke wetsbepaling steunt. Iedere procedure, strekkende tot wijziging of vernietiging van een zoodanige beslissing, is n.1. op haar beurt wederom een procedure van vrijwillige rechtspraak en moet als zoodanig op de wet gegrond zijn 43).

Nietigheid. De vraag naar de rechtskracht van "beslissingen in procedures van vrijwillige rechtspraak is niet naar behooren beantwoord, wanneer men niet tevens nagaat, in hoeverre dergelijke beslissingen bij het zwijgen der wet44) absoluut nietig kunnen zijn. Alvorens een kort overzicht te geven van de jurisprudentie en de literatuur over deze quaestie, waarin zeer weinig eenstemmigheid is te bespeuren, zal ik eerst mijn eigen standpunt uiteenzetten.

Het is niet slechts denkbaar, doch komt inderdaad wel eens voor, dat in procedures van vrijwillige rechtspraak beslissingen worden gegeven, die apert onjuist zijn. Het ontstaan van zulk een beslissing is veelal te wijten aan het een of andere abuis, waardoor de rechter ten onrechte aanneemt, dat een der essentieele voorwaarden voor het geven dier beslissing is vervuld. Zoo kan het gebeuren, dat over een meerderjarige een voogd wordt benoemd, dat in een voogdij wordt voorzien, terwijl er reeds een voogd is, enz.. De onhoudbaarheid van dergelijke beslissingen is

,2) Zoo kunnen ouders, na ontheffing of ontzetting, in de ouderlijke macht of in de voogdij worden hersteld (artt. 374e en 4406 B.W.) en kunnen beschikkingen omtrent de kinderen na echtscheiding of scheidingvan tafel en bed, worden gewijzigd (artt. 261, 285 en 301 a B.W.) enz.

Zie ook: Suyling (aangeh. in noot 37) § 533 bldz. 303 noot 2.

4a) Zie hierboven onder „Het verzoekschrift moet op de wet gegrond

zijn".

44) Een voorbeeld van wettelijke regeling in dezen vindt men in art. 43d W.v.K. en in art. 2, 5e lid F.w.

Sluiten