Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3

Cassatie

Regel.

Hetgeen hierboven omtrent het hooger beroep is gezegd, geldt in menig opzicht ook voor de cassatie. Ook hier is de primaire vraag, in hoeverre tegen de beslissingen in procedures van vrijwillige rechtspraak in het algemeen cassatie kan worden ingesteld, door de wet onbeantwoord gelaten en moet naar mijn meening bij het zwijgen der wet worden aangenomen, dat dit rechtsmiddel in den regel openstaat.

Het instituut der cassatie immers is bij de contentieuse procedure aanvaard om op deze wijze tot eenheid van wetstoepassing te komen 1) en deze rechtsgrond bestaat bij de procedures van vrijwillige rechtspraak evenzeer als bij de contentieuse procedure.

Uitzonderingen.

Behalve in de gevallen, waarin de wet uitdrukkelijk bepaalt, dat cassatie niet kan worden ingesteld 2), moet zulks bovendien worden aangenomen in alle gevallen, waarin hooger beroep uitdrukkelijk of stilzwijgend is uitgesloten 3), terwijl de wet omtrent cassatie geenerlei aanwijzing geeft. De omstandigheden, die zich in laatstgemelde gevallen tegen appellabiliteit verzetten, vormen eveneens de reden, waarom cassatie uitgesloten moet worden geacht 4).

') Aldus ook: Cleveringa (aangeh. in § 2 noot 1) I, bldz. 630, ad art. 398 aant. 1; Star Busmann (aangeh. in § 2 noot 1) I, bldz. 60, No. 72; Coops (aangeh. in § 2 noot 1) bldz. 125.

') Zie bijv. de artt. 1639m, 1639w, B.W.; artt. 43d, 43e, 536, 54b, 56c, 56h W.v.K.; artt. 211, 282 F.w.; artt. 125c, 537b, 572, 871 R.v. ') Zie § 2 van dit Hoofdstuk onder „Uitzonderingen".

4) Zie § 2 van dit Hoofdstuk onder „Uitzonderingen".

Sluiten