Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze reden gaat echter niet op, wanneer in een bepaald geval het hooger beroep ten onrechte ontvankelijk is verklaard. In een dergelijk geval is voor cassatie juist alle reden en acht ik het cassatieberoep wel degelijk ontvankelijk s).

Literatuur en jurisprudentie.

Ook in de literatuur en in de jurisprudentie wordt algemeen aangenomen, dat het rechtsmiddel van cassatie tegen beslissingen in procedures van vrijwillige rechtspraak in den regel openstaat6); men is het echter niet eens over de vraag in hoeverre op dezen regel uitzonderingen bestaan. Cleveringa 7) acht cassatie steeds mogelijk „tenzij het middel door een uitdrukkelijke wetsbepaling is uitgesloten". Anderen gaan iets verder en achten cassatie tegen presidiale beschikkingen niet mogelijk, omdat hiervan in art. 95 R.O. niet wordt gerept 8). De Hooge Raad overwoog in 1922 9):

„dat tegenover de gronden, waarom het appèl in dezen is uitgesloten, ten aanzien van het beroep in cassatie, in ieder geval „artikel 165 der Grondwet en artikel 95 R.O. den doorslag „moeten geven, en mitsdien het cassatieberoep openstaat, „omdat geen wetsbepaling is aan te wijzen, welke het zoude „uitsluiten, zooals voor andere gevallen te vinden is in ar„tikel 99 R.O.".

») Zie voor een dergelijk geval: H.R. 26 Mei 1911 W. 9212. «) Aldus: Cleveringa (aangeh. in § 2 noot 1) I, bldz. 660, ad art. 428 aant. 2; Zuidema (aangeh. in § 2 noot 10) blz. 133 sqq.; Coops (aangeh. in § 2 noot 1) bldz. 198; H.R. 25 Juli 1911 W. 9255 met noot J.W.M.; H.R. 22 December 1922 N.J. 1923 bldz. 362, W. 11001 met noot Mff.

Zie ook: Oudeman (aangeh. in § 2 noot 23) II, bldz. 63; de Pinto, Handl. R.O., 2e druk, deel II, bldz. 216 sqq.; van denHonert, Handboek Burg. R.v., bldz. 101, ad art. 95 R.O.; H.R. 1 Mei 1908 W. 8749; H.R. 2 December 1910 W. 9109.

') T. in 6) a.p.

8) Aldus: Zuidema, t. in 6) a.p.; H.R. 24 Januari 1898 W. 7076.

Volgens mij is cassatie tegen presidiale beschikkingen niet mogelijk

om dezelfde reden, waarom ook appèl is uitgesloten (zie § 2 van dit

Hoofdstuk onder „Uitzonderingen" speciaal noot 4).

Aldus voor beschikkingen van een rechter-commissaris: de Pinto

(aangeh. in noot 6) II, bldz. 218; H.R. 4 April 1901 W. 7589.

•) Arrest aangeh. in 6).

Sluiten