Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overtuigd is. Wordt het verzoek nu inderdaad toegestaan en wenscht de gerequestreerde met een rechtsmiddel tegen deze beslissing op te komen, dan is er niet de minste reden om de zaak ten tweeden male door dienzelfden rechter te laten behandelen.

Het rechtsmiddel van verzet komt derhalve naar mijn meening bij de procedures van vrijwillige rechtspraak niet te pas, tenzij de wet in een bijzonder geval uitdrukkelijk anders bepaalt2).

Zuidema 3) acht in zaken van vrijwillige jurisdictie verstek verleening en dus verzet uitgesloten, omdat men daar niet heeft twee tegenover elkaar staande partijen; bij de beschikkingen op verzoekschriften, die gevallen van eigenlijke rechtspraak betreffen 4), bestaat echter volgens hem voor de uitsluiting van het rechtsmiddel van verzet geen reden, omdat daar wel twee partijen zijn, die in contradictoir geding tegenover elkaar staan.

Coops 6) neemt aan, dat verzet mogelijk is in alle gevallen, waar dit rechtsmiddel „niet uitdrukkelijk is uitgesloten of „wegens den aard der beschikking niet toelaatbaar moet worden „geacht. Immers op verschillende plaatsen van de wet wordt „over verzet tegen beschikkingen gesproken, zoodat de wet„geVer geacht moet worden het rechtsmiddel niet te hebben „willen uitsluiten."

De vraag, of tegen beslissingen in procedures van vrijwillige rechtspraak verzet mogelijk is, is in de jurisprudentie een tweetal malen ontkennend beantwoord, waarbij achtereenvolgens werd overwogen:

„dat art. 81 B.R. aan den gedaagde die bij verstek veroordeeld „is de bevoegdheid geeft om daar tegen verzet te doen; „dat echter het woord „gedaagde" in dat artikel gelijk uit dat „woord zelf in verband met het in denzelfden titel van dat wet„boek voorkomende art. 1 blijkt, en uit art. 135 van dat wetboek

») Zie de artt. 261, 284, 285, 301, 301a, 373/, 374d, 374e, 440, 440a, 4406 B.W.; art. 828c R.v. en artt. 8, 10, 166 F.w.

■) Aangeh. in § 2 noot 10, bldz. 130 sqq.

') Zie Hoofdstuk II § 3 onder „Literatuur".

») Aangeh. in § 2 noot 1, bldz. 195.

Sluiten