Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF IN HET GEMEENTELIJK BESTEL

wijk hadden een academie; elders bloeiden athenaea en Latijnsche scholen 1).

Nieuwe tijd. Op het terrein, waarop de stedelijke behoeftenverzorging zich tot dusverre had bewogen, bracht de 19de eeuw geen radicale verandering. Integendeel zette de ontwikkeling zich over het geheel in de richting van een steeds betere verzorging voort. Onderhoud en reiniging van de openbare straten en wegen werden verbeterd. De stedelijke overheid trok zich in sterker mate het onderwijs en de verzorging van zieken en hulpbehoevenden aan. Ik noem deze als voorbeelden. In het algemeen gesproken hielden de gemeenten den maatschappelijken vooruitgang op het tot dusver betreden gebied bij.

De voortschrijdende techniek opende evenwel de mogelijkheid tot geheel nieuwe gebieden van behoeftenverzorging, zooals gasen drinkwatervoorziening, later tramnetten, telefoonnetten en electriciteitsvoorziening. Reeds voor het leggen van de buizen, rails en kabels was de medewerking van de gemeentelijke overheid vereischt. De gemeenten stonden nu voor de keus of zij zelf den aanleg en de exploitatie ter hand zouden nemen dan wel dit aan particuliere ondernemers zouden overlaten en dezen te dien einde de noodige concessie voor het gebruik van de gemeentelijke straten zouden verleenen.

Op deze keus hadden in zeer vele gevallen de heerschende economische inzichten invloed. Deze waren in den aanvang der 19de eeuw bemoeiing van de Overheid met het economische leven niet gunstig gezind. „De 19de eeuw is aangevangen met wantrouwen tegen de Overheid en met enthousiasme van alle auteurs voor de economische vrijheid en voor het individueele initiatief aldus Rist 2). Adam Smith, de vader der liberale economie, achtte, naast de verzekering van de binnen- en buitenlandsche veiligheid, slechts taak van den Staat publieke werken en inrichtingen in stand te houden, wier aanleg of instandhouding nimmer m het belang van een particulier of een kleine groep particulieren zou zijn en

1) Brugmans, t. a. p. blz. 298.

2) Gide et Rist, Histoire des doctrines économiques, 3e druk blz. 486.

Sluiten