Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF IN HET GEMEENTELIJK BESTEL

wet geven derhalve m. i. een bevredigend richtsnoer. Om tot een den aard der betere indeeling te geraken zal, onafhankelijk van de wet, de aard Va"

van de takken van gemeentelijke belangenverzorging moeten worden onderzocht. De onderscheidingen, die hierop gebaseerd zijn, loopen echter ook uiteen.

Niet ongebruikelijk is die, welke ik ontleen aan de beschrijving van „het organisme eener groote stad" door Mr. P. Droogleever Fortuijn *). Onderscheiden worden de gemeentebedrijven „die een bepaald product leveren aan haar afnemers of bepaalde diensten bewijzen aan hen, die daarvan gebruik willen maken" van de „gemeentelijke diensttakken, welke óf met de verzorging van een deel van de taak, welke de gemeente tegenover de burgerij op zich heeft genomen, zijn belast, öf wel een zuiver huishoudelijke functie in het gemeentelijk organisme hebben te vervullen".

Vrij gangbaar is ook de definitie, die als gemeentebedrijf slechts beschouwt ondernemingen, die als zij niet door een gemeente werden beheerd, ook bedrijven zouden heeten 2).

Beide onderscheidingen zijn aanvechtbaar. Zij laten bijvoorbeeld toe een gemeentelijk ziekenhuis tot de bedrijven te rekenen, terwijl dit in het algemeen niet als zoodanig zal worden beschouwd.

Fuchs 3) onderscheidt de „Gemeindebetnebe" in „Unternehmungen" en „Anstalten" al naar de exploitatie het maken van winst beoogt of dit oogmerk ontbreekt. Deze onderscheiding komt ongeveer overeen met die in „Ueberschusz-" en „Zuschuszbetriebe", inrichtingen, wier exploitatie een overschot laat dan wel een bijdrage uit de andere middelen der gemeente vordert. Fuchs erkent,

dat de grenzen tusschen beide groepen niet scherp zijn en dat dikwijls een compromis tusschen beide aanwezig is.

Ried 4), die niet alleen gemeentelijke ondernemingen, doch ook Onderschei-

ding in

*) Amsterdam. 1923, blz. 71.

) Zie Van Poelje, De Nederlandsche Gemeente, 1921 deel I, blz. 124. Zelf aanvaardt deze schrijver het formeele criterium van de aanwijzing als bedrijf.

3) Artikel ,,Gemeindebetriebe" in het Handwörterbuch der Kommunalwissenschaften.

In denzelfden geest Mittelstaedt en Schrader, Das stadtische Haushaltswesen nach Form und Inhalt, 1928, blz. 200 en vlg., en Sperlich, Zum Recht der Gemeindebetriebe, 1931,

blz. 40 en vlg.

4) Organisation und Verwaltung öffentlicher Unternehmungen, Weenen, 1914, blz.

34 en 35.

Sluiten