Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTSTAAN VAN HET GEMEENTEBEDRIJF

volgende paragraaf terug. En het concurrentieregime blijkt soms ook minder waarborgen voor het consumentenbelang op te leveren dan verondersteld werd en derhalve soms evenmin de Overheidsbemoeiing te kunnen ontberen.

De tegenstelling is vervaagd, doch niet opgeheven. Een kern van waarheid bevat de vrees voor het monopolie. Behalve dat zij historisch tot de Overheidsbemoeiing hiermede heeft geleid, heeft zij daarom ook thans haar beteekenis als motief nog niet verloren.

Tweeërlei De Overheidsbemoeiing kan tweeërlei vorm aannemen. Zij kan

Overheid"- zich beperken tot het stellen van regels met als doel het wegnemen bemoeiing is van de gevaren van het monopolie. Bij de bedrijven, welke een gemeentelijke vergunning voor het gebruik van de straten van noode hebben, kan dit geschieden door aan deze vergunning allerlei voorwaarden te verbinden, die minder het gebruik van den openbaren grond dan het bedrijfsbeheer zelf betreffen. Zulk een gemeentelijke vergunning pleegt men concessie te noemen.

Ook kan de Overheidsbemoeiing verder gaan, de Overheid kan namelijk zelf het bedrijf willen exploiteeren. Waar de keus tusschen beide vormen bestaat en dus niet het ontbreken van voldoende particulier initiatief het overheidsbeheer noodzakelijk maakt, zal zij worden bepaald door het afwegen van de voor- of nadeelen van elk der twee vormen. De strijd vóór of tegen het gemeentebedrijf, welke vooral in de 19de eeuw heeft gewoed, was in wezen de strijd om deze keuze.

De argumenten, die in dezen strijd werden gebruikt of voor de keuze mede in aanmerking behooren te komen, verdienen een afzonderlijke behandeling. Daaraan is de volgende paragraaf gewijd.

§ 2. Gemeentebedrijf tegenover geconcessioneerd particulier bedrijf

Onderdeel van De bijna hartstochtelijke strijd vóór of tegen het gemeentebedrijf, economische6" welke thans practisch gesproken geëindigd is of althans zeer gemaopvattingen. tigd is geworden, is als historisch verschijnsel slechts te begrijpen, indien men hem ziet als een onderdeel van den strijd der economisch-politieke opvattingen van de 19e en het begin der 20e eeuw.

Sluiten