Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTSTAAN VAN HET GEMEENTEBEDRIJF

bepalen van den relatieven druk der gemeentelijke schulden in het geheel niet mee.

Integendeel kan in vele gevallen het hebben van gemeentebedrijven er toe bijdragen, dat ook de druk van de niet ten behoeve van die bedrijven aangegane leeningschuld minder zwaar wordt gevoeld. Wanneer namelijk de bedrijven een netto-resultaat, d. i. dus een overschot, nadat rente en afschrijving in aanmerking zijn genomen, opleveren, versterkt dit de inkomsten der gemeente, waaruit o. a. de rente en aflossing van de overige leeningschuld moeten worden bestreden.

Bij de jaarlijksche beoordeeling van den relatieven druk der gemeentelijke leeningschuld, die thans in de praktijk naar een nauwkeuriger systeem geschiedt dan dat van artikel 6 der wet van 22 December 1933 en het daarop gegronde Koninklijke Besluit, worden voor de samenstelling van den draagkrachtfactor de winsten van electriciteits-, gas- en waterbedrijven, die aan de gemeente ten goede komen, medegeteld.

Dit bezwaar moet dus in zijn algemeenheid worden verworpen. Voorzoover een bedrijf zelf zijn kapitaalslasten dekt, kan het aangaan van een leening daarvoor niet geacht worden den gemeentelijken schuldenlast bovenmatig te doen toenemen. Leveren bedrijven verliezen op en dekken zij dus niet of althans niet geheel hun kapitaalslasten, dan verzwaren hun leeningen uiteraard de schuldpositie van de gemeente. Bij een echt bedrijf, dat volgens de m hoofdstuk I, § 2 gemaakte onderscheiding tusschen bedrijven en diensten naar rentabiliteit moet streven, zal dit evenwel uitzondering zijn.

Het is dan ook niet te verwonderen, dat het aangaan van leeningen voor gemeentelijke bedrijven het gemeentecrediet allerminst heeft geschaad en dat integendeel het bezit van rendeerende bedrijven voor een gemeente een factor is, die gaarne bij onderhandelingen tot het sluiten van een geldleening wordt aangevoerd.

Dat dit ook ten tijde van Lord Avebury door anderen wel werd ingezien, blijkt uit het boekje, dat de bekende Bernard Shaw m 1908 voor de Fabian Society schreef over The Commonsense of Municipal Trading 1). De volgende passage uit het geestige geschriftje geef ik vertaald, doch onverkort weer:

*) London, zie blz. 3.

Sluiten