Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTSTAAN VAN HET GEMEENTEBEDRIJF

uitsluiting tot hen uit te breiden moet onvoorwaardelijk worden toegejuicht."

De Tweede Kamer verwierp echter het voorstel ')•

Tenslotte kan ook verscherping van de wettelijke bepalingen nopens het kiesrecht achterwege blijven, mits de politieke partijen zelve het zich tot plicht rekenen verkeerden invloed van werknemers der gemeente van zich te houden.

Aan den anderen kant kan het euvel worden aangepakt door de Regeling regeling van de materieele positie der gemeentelijke werknemers de^werk-"6 buiten de gemeentelijke politieke sfeer te brengen. nemers buiten

Practisch is dit voor een groot deel bereikt door het hiervoor reeds genoemde toezicht en ingrijpen van de Regeering krachtens de artikelen 125 en 126 der Ambtenarenwet 1929. Zooals deze bepalingen thans worden toegepast, moeten de gemeenten zich bij het vaststellen van salarissen voor hun ambtenaren en van de loonen hunner arbeiders richten respectievelijk naar het Rijkssalaris- en naar het plaatselijk loonpeil.

In deze richting gaat ook het streven van een aantal groote gemeenten om het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden hunner werknemers gemeenschappelijk te gaan voeren. 13 gemeenten met meer dan 40.000 inwoners hebben hiertoe krachtens een gemeenschappelijke regeling een bureau en een centraal orgaan van georganiseerd overleg gesticht 2).

In Duitschland — ik heb het oog op de periode vóór het tegenwoordige régime, dus vóór 1933, — was de ontwikkeling nog verder voortgeschreden. Daar werden de arbeidsvoorwaarden voor de arbeiders in gemeentelijke bedrijven in hoofdzaak beheerscht door collectieve arbeidsovereenkomsten, waarbij de Duitsche gemeenten, samenwerkend in speciaal gemeentelijke werkgeversbonden, door middel van deze bonden en niet afzonderlijk contracteerden 3).

Uit het bovenstaande moge blijken, dat men tegenover het gevreesde gevaar niet machteloos staat. Het kan worden vermeden

*) Zie Kooiman, Parlementaire geschiedenis herziening gemeentewet 1931 blz. 74 en 75.

2) Zie de regeling in het jaarverslag 1933 der Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten, blz. 176.

3) Zie Breedveld, De Gemeente als werkgeefster, Amsterdam 1934 blz. 37 en vlg.

Sluiten