Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF VOLGENS DE GEMEENTEWET

bedrijven liet zich niet persen in het keurslijf der wettelijke bepalingen, die de financieele administratie van de geheele gemeentehuishouding regelden. Een uitzondering wordt hierop gemaakt door een aantal dwergbedrijfjes, bedrijven in materieelen zin zooals kleine electriciteitsbedrijven, waarvoor de omslag van een afzonderlijk financieel beheer kon worden vermeden. Op het bestaan daarvan wees ik reeds in hoofdstuk I § 3. Deze blijven hier verder buiten beschouwing.

Afzonderlijke Een afzonderlijke administratie voor de gemeentebedrijven was

administratie nooch„ om het vereischte overzicht te houden over het daarin be~ vereischt. . . .. . ,

heerde vermogen en om een duidelijk inzicht te verkrijgen in den

gang en de resultaten der exploitatie.

Kameralisti- Daarvoor was bovendien de voor een verbrui kshuishouding ding n'iet'ge"" Passen(^e kameralistische boekhouding der gemeente niet geschikt. schikt. Aangewezen was de dubbele of commercieele boekhouding, die het mogelijk maakt op in beginsel eenvoudige wijze zoowel de wijzigingen in vermogensbestanddeelen te administreeren als het totaal en de samenstelling van het exploitatie-resultaat tot uitdrukking te brengen *).

In Duitschland is in vele gemeentebedrijven met succes de zgn. „gehobene" kameraalstijl toegepast. Ofschoon in techniek afwijkend van de dubbele boekhouding, verschaft zij practisch dezelfde gegevens. De strijd „Kameralistik oder Doppik , die in Duitschland met animo is gevoerd, heeft voor ons land, waar een eenvoudiger kameralistiek in gebruik was, weinig interesse 2).

Bezwaren van Ook werd als een ernstig bezwaar tegen de algemeene wettelijke

centralisatie regeling van de gemeentelijke financieele administratie gevoeld, der ontvang- . ,

sten en dat zij uitsluitend den Ontvanger tot het doen van ontvangsten en uitgaven bij betalingen gerechtigd maakte. Het werd als een onmogelijkheid beschouwd den Ontvanger ook met het kasbeheer voor omvang-

') Zie Volmer, Beginselen van het beheer en de boekhouding der gemeentebedrijven, Den Haag 1912, blz. 78.

2) Zie Volmer, Beheer en rekening in de gemeentehuishouding en de gemeentebedrijven en -diensten, praeadvies voor de Vereeniging van Ambtenaren der Gemeentefinanciën, Gemeentebedrijven en Gemeentediensten, 1928, blz. 11, noot 22, en Thiess, Das Rechnungswesen gemeindlicher Betriebe, 1936.

Sluiten