Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF VOLGENS DE GEMEENTEWET

telijken grondslag te geven, welke de Colleges van Gedeputeerde Staten er toe bracht om hun toezicht ook uit te oefenen uit het oogpunt van de zorg voor het gemeentelijk vermogen 1). Naast bepalingen, die de comptabele zijde van het beheer der bednjfsfinanciën regelden, werden over het geheel ook bepalingen omtrent afschrijvingen en reserveeringen in de verordeningen verlangd, voor grondbedrijven werd regeling van de bijschrijvingen op de boekwaarden der gronden en van de periodieke taxaties in de verordening noodig geacht. De meeste gemeenten schikten zich hierin. Toch waren er ook steeds gemeenten, die zich op den tekst der wetsbepaling beriepen en de verordening uitsluitend bepalingen van comptabelen en administratieven aard heten bevatten. Beslissingen Voorzoover in de controverse de beslissing van de Kroon werd vóóH^r0" gevraagd — vaak berustten Gedeputeerde Staten in een weigering van een gemeentebestuur —, nam deze niet altijd hetzelfde standpunt in. Een verordening op het beheer van het electriciteitsbedrijf van Huizen, waaraan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland goedkeuring hadden onthouden op grond van het daarin ontbreken van eenige door hen gewenscht geachte bepalingen inzake afschrijvingen en reserveeringen, keurde de Kroon in beroep goed ) met de motiveering, dat het Provinciaal Bestuur zijn goedkeuring had onthouden niet op grond van gerezen bezwaren tegen de bij het besluit gestelde regelen, als in artikel \\4bis bedoeld, doch op grond van overwegingen, die daaraan vreemd waren.

Een besluit van 24 Maart 1925 3) inzake een verordening, regelende het beheer van het grondbedrijf van Soest, erkende daarentegen door zijn motiveering, dat de niet-comptabele bepalingen, die de instandhouding van het vermogen betroffen, onder artikel 114bis vielen.

Dit standpunt werd echter uitdrukkelijk weer verlaten bij een besluit van 29 October 1930 4). De Kroon besliste, dat een verordening van het grondbedrijf van Den Helder niet de goedkeuring

!) Zie bij dit gedeelte mijn artikel in W. G. B. 1933 blz. 129.

2) K. B. van 16 September 1918, Weekblad Burgerlijke Administratie no. 3619.

3) W.G.B. 1923 blz. 184

l) Gemeentestem no. 4I^Z.

Sluiten