Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF VOLGENS DE GEMEENTEWET

gewicht waren, dat zij in de beheersverordening bezwaarlijk konden worden gemist, deelde de Kroon.

Grenzen der Ook al is nu uitgemaakt, dat de beheersverordening naast be«deninlTnog palingen, die het comptabel beheer in engeren zin betreffen, regelen niet zeker. inzake het financieel beleid in de daartoe in aanmerking komende gevallen dient te bevatten, hiermede is nog niet iedere strijd voor de toekomst uit. De Koninklijke beslissingen van 1932 en 1933 laten als richtsnoer afleiden, dat bepalingen, die de zorg voor het in het bedrijf beheerde gemeentelijke vermogen tot uiting brengen, in de verordening op haar plaats zijn. Hoever deze bepalingen in de practijk zullen moeten gaan, zal nog wel eens een twistpunt tusschen gemeentebesturen en Colleges van Gedeputeerde Staten opleveren.

Een voorbeeld, waarin een gemeentebestuur tegen Gedeputeerde Staten bij de Kroon het pleit won, levert het Koninklijk besluit van 10 Maart 19341). Daarbij werd beslist, dat Gedeputeerde Staten ten onrechte op twee gronden hun goedkeuring hadden onthouden aan een beheersverordening.

In de eerste plaats hadden zij in de verordening willen laten opnemen de verplichting tot het sluiten van een verzekering tegen schade door fraude en tegen andere schaden. De Kroon overwoog, dat hiertoe geen voldoende aanleiding bestond, nu de gemeente ten behoeve van haar bedrijven verzekeringen had gesloten tegen schade, ontstaan door diefstal en fraude, alsmede tegen brandschade en niet verwacht behoefde te worden, dat het gemeentebestuur met betrekking tot het zich verzekeren tegen risico in de toekomst nalatig zou blijven.

Duidelijk blijkt uit deze overweging, hoe het voorschrift van goedkeuring van de beheersverordening haar karakter als verzameling der voor het beheer te stellen regelen ook negatief beïnvloedt. Ook de Kroon achtte blijkbaar de verzekeringen zelve gewenscht 2) en er zou dus reden zijn een bepaling dienaangaande in de verordening op te nemen, ware het niet, dat zij daardoor onder het toezicht van Gedeputeerde Staten zou komen. Dit laatste oordeelde de Kroon

W.G.B. 1934 blz. 116. , . , ....

2) Inmiddels heeft de wetswijziging van 1937 de verplichting tot een dergelijke verzekering op de gemeenten gelegd (artikel 170).

Sluiten