Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN HET BEHEER

bezit van een bepaald gemeentebedrijf dit wenschelijk zou maken. Het denkbeeld werd o.a. door Oppenheim in alle opzichten verwerpelijk geacht1), maar van allerlei zijden en laatstelijk in een rapport van een commissie, onder voorzitterschap van Prof. Mr. C. W. van der Pot, ingesteld door de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel, is het aanbevolen, omdat het de keuze van wethouders verruimt.2).

Argument De commissie neemt aan, dat ,,er in een gemeente van eenigen

omvang buiten den Raad ongetwijfeld een aantal personen is, die geschikt zijn voor het wethouderschap en bereid zouden zijn dit te bekleeden, doch die thans daartoe niet worden geroepen, omdat zij niet van een gepronoceerde politieke richting, niet wat men noemt „partijmannen" zijn, of omdat zij bezwaar hebben tegen het actief deelnemen aan den verkiezingsstrijd".

Bezwaren. Als een bezwaar tegen het instituut van buiten den Raad gekozen

wethouders wordt in het rapport der commissie aangevoerd, dat dit „in de hand kan werken, dat voor bepaalde wethoudersplaatsen personen met speciale technische deskundigheid zouden worden benoemd, hetgeen te betreuren zou zijn, omdat de wethouders zich hebben bezig te houden met het algemeene beleid, niet met de technische details, welke dienen te worden overgelaten aan de directeuren der gemeentelijke bedrijven en diensten 3) .

Opvatting Hetzelfde geluid is te hooren in het praeadvies van Prof. Mr.

Treub. W. F. Treub voor de Nederlandsche Juristenvereeniging 4).

Prof. Treub, die over een veeljarige ervaring als wethouder van Amsterdam beschikte, schreef daarin het volgende: „De eischen waaraan een goed wethouder in een groote Nederlandsche stad heeft te voldoen, zijn zwaar genoeg, maar technische detailkennis behoort daartoe niet. Waar dit het geval is, is de toevallige technische detailkennis van den wethouder in ons Nederlaridsch stelsel van gemeentebestuur eer een na- dan een voordeel.... daardoor

*) Oppenheim-v. d. Pot, deel II, blz. 52 e. v.

2) Reorganisatie gemeentebestuur, 1936, blz. 4 e. v.

8) Rapport commissie blz. 8. #

4) Herziening van het gemeenterecht, ten aanzien van de taak van den Raad en van Burgemeester en Wethouders en van de samenstelling van laatstgenoemd College in het bijzonder met het oog op de gemeentebedrijven, 1911, blz. 175 177.

Sluiten