Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN HET BEHEER

vaak voorafgegaan door een informeele Raadsbijeenkomst, waarin de directeur het plan bespreekt en de gevraagde inlichtingen verstrekt.

De practijk weet zich dus te redden. Doch desondanks zou ik een wettelijke regeling van den bijstand door ambtenaren in den Raad op de wijze als de Staatscommissie-Oppenheim voorstelde, een verbetering achten.

Samen- De critiek op de positie van den bedrijfsdirecteur bevat ware

elementen. In soepelheid van beheer moet het gemeentelijk bedrijf op verschillende punten ontegenzeggelijk bij het particuliere bedrijf achterstaan. In hoofdstuk II § 2 besprak ik dit reeds.

Het is een noodzakelijk kwaad, waartegenover echter goede zijden staan. Ik Iaat nu daar, dat de nauwgezette overweging van maatregelen, welke het gemeentelijk bedrijfsbeheer met zich brengt, kan behoeden tegen de slechte gevolgen van ondoordacht, overijld handelen, waarop ik in hoofdstuk II ook reeds wees. Maar de samenwerking van algemeene gemeentelijke bestuursorganen met den deskundigen directeur bevordert een veelzijdige behandeling der bedrijfsaangelegenheden, waarbij het algemeen belang en het verband met de overige gemeentelijke huishouding tot hun recht kunnen komen.

Bezwaren Overigens moet het verschil in soepelheid tusschen het parti-

worden over- culiere en het gemeentelijke bedrijf niet worden overdreven. Bij dreven. een zorgvuldige regeling van het beheer kunnen veel bezwaren worden voorkomen. Als mogelijkheden noem ik delegatie van uitvoeringsbevoegdheden aan den directeur, het opnemen van ruime uitzonderingsbepalingen in tarief- en andere regelingen en, als belangrijkste, vlotte samenwerking tusschen B. en W., den Wethouder voor de bedrijven, de commissie van bijstand en den directeur.

Combinatie £)e positie van den directeur wordt ook beïnvloed door de verdirectoraten. eeniging van het directeurschap van meer dan een bedrijf. In kleine en in vele middel-groote gemeenten is het gebruikelijk, dat de technische leiding van de bedrijven, in het bijzonder van gas-, electriciteits- en waterbedrijven, aan één directeur wordt toevertrouwd. Dit versterkt de positie van den directeur reeds door het

Sluiten