Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN HET BEHEER

met de bij de uitvoering van bepaalde werkzaamheden betrokken ondergeschikten.

Bij groote bedrijven kan het contact tusschen chefs en het onder hen werkzame personeel, laat staan dat tusschen directeur en het lagere personeel, niet zoo gemakkelijk functionneeren, al zal het ook daar niet ontbreken.

Het kan nuttig zijn dit contact op de Amsterdamsche of Utrechtsche wijze te organiseeren 1). Daarbij zie ik het mogelijke voordeel vooral in de verhooging van de arbeidsvreugde. Het lagere personeel moet dan uit het contact door middel van enkelen uit zijn midden het besef putten, dat zijn leden beschouwd worden niet als nummers, doch als medewerkers, op wier oordeel prijs wordt gesteld,

Een verkeerde uitwerking zou de medezeggenschap aan den voet hebben, indien haar organen ontaarden zouden tot debatteercolleges, welke het nemen van voor het bedrijf wenschelijke maatregelen zouden ophouden en belemmeren.

De praktijk2) zal moeten leeren, of de goede mogelijkheden, welke het instituut naar mijn meening biedt, zich zullen verwezenlij ken.

Pfinnmool iran moor kolanr* ip /-I q ma/^Ainnn/\nn/>l>nn U<. L ni- L „L

* O "V... - J

en de leiding. In het Amsterdamsche rapport werden als rechts- ts^pap aan £ gronden voor de medezeggenschap aan den top genoemd:

„1°. de noodzakelijkheid om den factor „arbeid" in de voortbrenging meer tot zijn recht te doen komen en overwegingen van mensch waardigheid;

2°. het beter kunnen dienen van het belang, dat het personeel en het bedrijf wederzijds hebben bij een zoo goed mogelijke positie van het bedrijf;

3°. de noodzakelijkheid, om het personeel in zijn geheel met zijn belangstelling bij de doelstelling van het bedrijf te betrekken,

waardoor het tevens in zijn taak meer bevrediging zal kunnen vinden."

De eerste grond wordt verduidelijkt, doordat gewezen wordt op

') Dat dit meclespreken, doch met medebeslissen „medezeggenschap" wordt genoemd,

acht ik niet, zooals Mr. Dr. J. H. van Zanten (Gemeentebestuur 1931, Nieuwe denkbeelden over medezeggenschap, blz. 403) een in zich zelf besloten tegenspraak.

) Ook bij eenige andere gemeenten bestaat medezeggenschap aan den voet in adviseerenden vorm.

Sluiten