Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIVAATRECHTELIJKE ORGANISATIEVORMEN

Wetboek van Koophandel beperkende bepalingen omtrent de open inrichting van naamlooze vennootschappen bevat en vele formaliteiten voorschrijft1). Hetzelfde bezwaar komt tot uiting in hetgeen Prof. Mr. E. J. J. van der Heijden 2) schreef over de door den Staat opgerichte N. V. Maatschappij voor Industrie-financiering: „De N. V. kan nooit een gehoorzame dienaar zijn zooals de Staat verwachten mag. Juist door haar onderworpenheid aan de wet is zij als ambtenaar weerbarstig van begin tot eind. De wettelijke bepalingen, die haar beheerschen, zijn berekend op aandeelhouders, bestuurders en derden, wier belangen en aspiraties veelal tegenstrijdig zijn. Particuliere machtsvorming moet door haar beteugeld, tegenstelling van haar belangen door haar vereffend worden. De wet welke daartoe dient moet steeds bedacht zijn op de ergste mogelijkheden, kan niet toegevend zijn. Bestemd om samenwerking uit baatzucht binnen respectabele grenzen te houden, schept zij een rechtsvorm welke niet bruikbaar is voor de overheid, die zich door andere motieven leiden laat.

In dit bezwaar schuilt eenige waarheid. Ieder, die eens kennis heeft genomen van de statuten eener naamlooze vennootschap, welke een gemeentelijk bedrijf beheert, zal dit moeten toegeven. Die statuten vormen een lappendeken van bepalingen, die door de formeele, voor de bescherming van gansch andere belangen bedoelde voorschriften van het Wetboek van Koophandel worden gevorderd, en van artikelen, die de behartiging van het publieke belang moeten waarborgen.

Anderzijds moet dit bezwaar ook niet worden overschat. In „Osmose" 3) haalt Van Poelje met instemming de woorden van Mr. S. J. Blaupot ten Cate aan, die in 1911 op een congres der Ned. Vereeniging voor Gemeentebelangen zeide: „Wanneer aan het ontwerpen der statuten maar de noodige aandacht wordt gewijd, kan men m. i. zonder bezwaar gemeentebesturen aanraden ... dien vorm te kiezen' .

1) Prof. Mr. F. G. Scheltema, Gemeentebestuur 1927, blz. 360. ,

2) De Naamlooze Vennootschap, 14e jaargang, blz. 257, zie ook v. d. Heijden, Handboek voor de N. V., 3e druk, 1936, blz. 98 en 99.

8) Blz. 25.

Sluiten