Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GEMENGDE BEDRIJFSVORM

de meerderheid in den Raad van Beheer. Deze bestaat uit een oneven aantal leden, die benoemd worden door de algemeene vergadering van aandeelhouders en wel de helft van het getal zijner leden plus één op voordracht van de aandeelhouders A (de gemeente), de overigen op voordracht van de aandeelhouders B.

Naast de statuten zijn verschillende punten in een overeenkomst tusschen de gemeente en de nemers van de aandeelen B geregeld,

o. a. dat de tarieven voor beursbezoek de goedkeuring van de gemeente behoeven.

De gemeente heeft voorts het recht om na verloop van vijf jaar,

nadat het beursgebouw in gebruik zal zijn genomen, de samenwerking te allen tijde te beëindigen door naasting van de aandeelen

B1).

De gemeente 's-Gravenhage neemt deel in meer dan één gemengd Gemengde bedrijf. Het bekendst daarvan is de N. V. Gemengd Bedrijf Haag- ^^Ivensche Tramweg-Maatschappij2). In 1926 stond de gemeente voor hage. de keus wat bij den afloop van de concessie aan een particuliere maatschappij, de oude H. T. M., terzake van de exploitatie van het Tramwegstedelijk tramwegnet moest worden besloten. Er waren drie moge- maatsc'laPP,jlijkheden: een nieuwe concessie, een gemeentebedrijf en een gemengd bedrijf.

Een nieuwe concessie werd niet wenschelijk geacht om het be- Bezwaren van

zwaar, dat hierbij het openbaar belang niet altijd voldoende gewaar¬

borgd scheen. B. en W. lichtten dit ongeveer als volgt toe 3). De

particuliere exploitant beoogt in de eerste plaats het maken van een zoo groot mogelijke winst. Daarmede komt het openbaar belang in conflict op tal van punten: niet dadelijk rendeerende aanleg van nieuwe en verlengen van bestaande lijnen met het oog op de belangen der stadsuitbreiding, tarieven, aantal ritten, inrichting en maximum bezetting der rijtuigen .Men zou kunnen trachten in een nieuwe concessie al deze punten in dien zin te regelen, dat de gemeente ten opzichte daarvan meer macht en zeggenschap zou ver-

een nieuwe

concessie.

*) Raadsstukken Rotterdam 1932.

2) Zie Labberton, Organisatie en werking van het gemengde trambedrijf te s-Gravenhage, Gemeentebestuur 1928, blz. 590.

3) Verzameling Haagsche Raadsstukken 1926 no. 330.

Sluiten