Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN DE ADMINISTRATIE

bij het volgende: „dat de opvatting van het gemeentebestuur van Hilversum, dat zonder afwijkende regelen, bedoeld bij artikel 122 der Gemeentewet, het kasbeheer ten aanzien van krachtens artikel 252 dezer wet aangewezen takken van dienst tot de taak van den gemeente-ontvanger als zoodanig zou behooren, zich met de bepalingen der Gemeentewet niet verdraagt;

dat immers volgens artikel 123 der wet de ontvanger van de door hem voor de gemeente ontvangen inkomsten en gedane uitgaven jaarlijks rekening doet aan burgemeester en wethouders, welke rekening alle ontvangsten en uitgaven van het dienstjaar, waarover zij loopt, vermeldt, terwijl artikel 255 voorschrijft, dat van de inkomsten en uitgaven der gemeente, niet behoorende tot een tak van dienst, ten aanzien van welken artikel 252 is toegepast, door burgemeester en wethouders over elk dienstjaar aan den raad verantwoording wordt gedaan, onder overlegging van de hun door den ontvanger volgens artikel 123 aangeboden rekening;

dat ingevolge artikel 265 met betrekking tot de takken van dienst, ten aanzien van welke artikel 252 is toegepast, door burgemeester en wethouders aan den raad verantwoording van het gevoerde beheer in het afgeloopen dienstjaar wordt gedaan onder overlegging van eene (afzonderlijke) rekening, waarvan de cijfers op de nader in het artikel aangegeven wijze deugdelijk zijn verklaard;

dat uit een en ander volgt, dat alle inkomsten en uitgaven door den gemeente-ontvanger als zoodanig ontvangen en gedaan in de bij de artikelen 123 en 255 bedoelde rekening moeten worden opgenomen, terwijl in de rekening waarvan in artikel 265 sprake is, die inkomsten en uitgaven behooren te worden verantwoord, welke niet door hem, althans niet in zijne evengenoemde hoedanigheid zijn ontvangen of gedaan;

dat de wet naast de in artikel 123 genoemde rekening des ontvangers geen afzonderlijke rekening van den gemeente-ontvanger kent;

dat Gedeputeerde Staten mitsdien terecht aan het raadbesluit hunne goedkeuring hebben onthouden."

Juridisch lijkt mij deze beslissing niet sterk en het tegenovergestelde standpunt van het gemeentebestuur van Hilversum beter te verdedigen. Met name zie ik in de bepalingen nopens de bedrijfsSimons - Gem.-Bedr. 16

Sluiten