Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN DE ADMINISTRATIE

stellen x). Hij zou deze daartoe moeten toetsen aan de boeken, bescheiden, besluiten enz. Of de cijfers der rekening de werkelijkheid zouden weerspiegelen, zou buiten zijn beoordeeling vallen.

Volgens een ruimere opvatting moet de controleur de materieele Materieele juistheid van de cijfers, hun overeenstemming met de werkelijkheid, onderzoeken.

Naar mijn meening hangt met de materieele juistheid nauw samen Bedrijfsde bedrijfseconomische juistheid, waaronder is te verstaan de ge- juistheid. rechtvaardigdheid der verantwoorde transacties in verband met het doel van het bedrijf.

Met Textor 2) ben ik van oordeel, dat de boekhoudkundige de Ruime juistheid der cijfers in al deze drie opzichten zal hebben te onder- m.T."'"8 zoeken. De woorden van artikel 265, die op zichzelf niet duidelijk bedoeld, zijn, moeten m. i. worden uitgelegd in den geest van den tijd, waarin zij in de wet zijn gebracht. In de jaren 1927 (toen de soortgelijke bepaling voor de rekeningen der Provinciale bedrijven tot stand kwam) en 1931 was hier te lande reeds heerschend de opvatting,

dat de accountantsverklaring nopens een te publiceeren jaarrekening de volledige juistheid daarvan diende te betreffen. Het is niet rationeel te veronderstellen, dat de wetgever de bedoeling had voor de rekeningen van publieke bedrijven met minder genoegen te nemen dan het maatschappelijk verkeer voor de rekeningen van particuliere ondernemingen verlangde.

De boekhoudkundige zal dus moeten beoordeelen, of de rekeningsstukken een juist beeld geven van den toestand van het bedrijf en van het verloop der exploitatie. Indien bijvoorbeeld de balans door te lage afschrijvingen een waarde van activa zou vermelden, welke deze voor het bedrijf op geen stukken na bezitten, zal de boekhoudkundige zijn oordeel hieromtrent kenbaar moeten maken. Hij zal zich van dezen plicht niet ontslagen kunnen achten, omdat de af-

*) Bedoelt Koelma (De controle der openbare financiën, Gemeentebestuur 1937, blz. 317) dit, wanneer hij spreekt over de formeele regelmatigheid der cijfers? Of hangt hij, ondanks deze woordenkeuze, de opvatting der materieele juistheid zonder de consequentie der bedrijfseconomische juistheid aan?

2) De deugdelijkverklaring bedoeld in artikel 265 der Gemeentewet, 1932, praeadvies voor de Vereeniging van ambtenaren der gemeente-financiën, gemeente-bedrijven en gemeente-diensten, blz. 70.

Sluiten