Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE FINANCIEELE STRUCTUUR

zijn1). Ik zal deze slechts behandelen, voor zoover dit voor een goed begrip van de bij gemeentebedrijven gebruikelijke afschrijvings-

politiek noodig is.

Hoe reëel de waardevermindering der vaste activa door het gebruik of het tijdsverloop ook is, het is practisch ondoenlijk haar telken jare door taxatie nauwkeurig te bepalen. Daarom wordt veelal gezocht naar een systeem (afschrijvingsmethode), volgens hetwelk de totale vermindering van aanschaffingswaarde tot de waarde van het onbruikbaar geworden goed (residu-waarde) over den geheelen gebruiksduur wordt verdeeld.

Verband met Hierbij wordt gelet op het prestatievermogen van het activum prestatie- gn Qp tota[e lasten, welke dit voor het bedrijf oplevert. Deze vermogen. bestaan naast de afschrijving uit rente over het in het activum

belegde kapitaal en uit onderhoud. Terwijl het in het activum geinvesteerde kapitaal door de afschrijving geleidelijk daalt en dus de rentelast jaarlijks minder wordt2), neemt de onderhoudslast gewoonlijk met het ouder worden van het activum toe. Ook vermindert vaak door het gebruik het prestatievermogen van het activum.

Vast percen- De eenvoudigste methode en tevens degene, welke het meest tage van de j - ^ gemeentebedrijven wordt toegepast, is die, waarbij jaarlijks wa"a!a ngS" een vast percentage van de aanschaffingswaarde van elk activum

wordt afgeschreven. .

De afschrijving per activum blijft dus van jaar tot jaar gelijk ). Maar afschrijving en rente tezamen dalen door de jaarlijksche vermindering van het rentebedrag. Deze vermindering vormt een tegenwicht voor een geleidelijke stijging van de onderhoudskosten en, in de latere jaren van den gebruiksduur, voor een vermindering van het prestatievermogen van het activum.

Het is een voorzichtige methode, omdat zij een zekere daling

van afschrijving en rente tezamen stelt tegenover minder zekere

~ 1) Zie o. a Kreukniet-De Jongh, Depreciatie en Reservefondsen. 7e druk. 1930) en het referaat van Prof. Dr. N. J. Polak over afschrijvingin MaandbMI voor het boekhouden, 36e iaareang 1929, blz. 26, en Bedrijfseconomische Studiën, 1932, blz. 4U5.

2) Ik bezie hier de rentekwestie zuiver bedrijfseconomisch en wil hiermede geen geweld aandoen aan het verschil en tevens het verband tusschen afschrijving en aflossing, zooals dit o. a. door Leppink t. a. p. blz. 135 en vlg. duidelijk is uiteengezet.

3) Zij wordt daarom vaak naar haar grafische weergave rechtlijnig of lineair genoemd.

Sluiten