Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE FINANCIEELE STRUCTUUR

Van een algemeen gemeentelijk standpunt bezien is deze functie der bedrijfsreserve zeer goed te verdedigen: zij draagt bij tot de stabiliteit van het gemeentelijke budget. Een bedrijfsbelang wordt daarmede echter niet gediend. Tenzij men het een bedrijfsbelang zou willen achten, dat de gemeente uit de reserve openlijk het door haar benoodigde bedrag neemt, inplaats van gedreven te worden naar een politiek van onzakelijke opvoering van bedrijfswinst door vermindering van noodzakelijke afschrijvingen.

Verdere stappen op dezen weg worden gezet, wanneer de bedrijfs- Andere reserves worden aangesproken om een tekort van de algemeene doeree huishouding der gemeente te voorkomen of tot de dekking van aan een tekort bij te dragen. gemeente.

De slechte financieele omstandigheden van vele gemeenten hebben in de laatste jaren tot deze nieuwe functie van bedrijfsreserves geleid. In de jaren 1931 t/m 1936 is hiervoor meer dan 30 millioen uit de bedrijfsreserves geput1).

Formeel heeft de gemeente tot een dergelijken maatregel het recht, daargelaten, dat zij, indien de beheersverordening dergelijke uitkeenngen niet noemt, hiertoe een aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten te onderwerpen besluit tot afwijking van de beheersverordening zal moeten nemen. De gemeente is immers eigenares van het bedrijf en zij kan dus ook over de reserves daarvan beschikken.

Ook hier is tweeërlei beoordeeling mogelijk. In het raam van de financieele politiek van Rijk en gemeenten heeft de beschikking over de bedrijfsreserves bijgedragen tot het gedeeltelijk opvangen van den stoot der depressiegevolgen.

Bij een beoordeeling uit den gezichtshoek van het bedrijf zou ik willen onderscheiden. Voorzoover de reserve is gevormd door terzijdelegging van de in de ondernemerswinst begrepen vergoeding voor het ondernemersrisico, komt zij naar mijn meening niet in aanmerking voor uitkeenng aan de gemeente. Is zij evenwel ontstaan door besparing van het geheel of een deel der ondernemerspremie (de eigenlijke ondernemerswinst), dan is zij te beschouwen als door de rechthebbende in het bedrijf gelaten winst, welke deze zich op *) Handelingen Tweede Kamer 1937—1938, blz 292.

Sluiten