Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

§ 2. Bevordering van den afzet

In het algemeen verkeert het gemeentebedrijf slechts voor een Beperktheid deel van den afzet in een monopolie-positie en zelfs daarvoor is deze positie vaak niet absoluut: in beginsel beheerscht het monopolie de aanbodzijde en niet de vraagzijde van de markt. Dikwijls bestaan substitutie-mogelijkheden reeds voor den gewonen consument, die b.v. de keuze heeft tusschen verwarming met gas of met electriciteit of op andere wijze.

Voorts kan de burger zijn verbruik tot het noodzakelijke beperken en grooter comfort door meer en ander verbruik van het bedrijfsproduct (b.v. voor meer verlichting, aanvullende verwarming, beschikking over warm water, koel houden van eetwaren)

niet wenschen of zich ontzeggen.

Toeneming van den afzet heeft in het algemeen verlaging van den kostprijs der producten en dus verbetering van de financieele resultaten tengevolge. Reeds hierom streven vele bedrijven naar vergrooting van hun afzet. Ook kunnen zij het zich tot taak rekenen het verbruik van hun product te doen toenemen, omdat hierdoor het doel van het bedrijf, de goede en algemeene verzorging met het bedrijfsproduct, wordt gediend.

Te dien einde moeten de bedrijven het verbruik van hun producten propageeren. Dit kan geschieden door reclame, voorlichting en acquisitie.

Goede reclame bevat een element van voorlichting. Haar werking Reclame, is echter in hoofdzaak het vestigen van de aandacht op een product en het geven van de suggestie, dat het wenschelijk is dit te gebruiken 1).

Vrijwel is het standpunt overwonnen, dat het beneden de waardigheid van een gemeentebestuur en de directie van een gemeentebedrijf zou zijn reclame voor het bedrijf te maken. Mits de reclame met passende middelen werkt, is in haar aanwending niets onwaardigs te zien.

Veelal verborg dit standpunt een andere gedachte, n.1. dat de

*) Zie Moorman, Collectieve propaganda voor electriciteit en reclame voor electrische toestellen, 1929, blz. 3 en 4.

Sluiten