Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

burgers toch genoodzaakt zouden zijn afnemers van het bedrijf te worden. Dat dit slechts in beperkte mate geldt, betoogde ik reeds.

In een bepaalde behoefte kan op meer dan een wijze worden voorzien. Naast deze concurrentie van substitutie-mogelijkheden is te letten op den algemeenen concurrentiestrijd, welken alle producenten van goederen of diensten, niet voor het noodzakelijk levensonderhoud vereischt, met elkander voeren. De burger heeft voor een kleiner of grooter deel van zijn inkomen de keuze tusschen talrijke bestedingsmogelijkheden. Hij kan zich beter voeden, beter kleeden, zijn woning comfortabeler maken, meer of betere ontspanning zoeken enz.1).

De rangorde tusschen deze verschillende behoeften-bevredigingen wordt bepaald door collectieve en individueele gewoonten, individueelen aanleg, economische mogelijkheden en toeval, maar wordt ook beïnvloed door de activiteit van de producenten bij het onder de aandacht brengen en aanprijzen van hun goederen en diensten. Nu practisch gesproken allen, die goederen en diensten aan den man willen brengen, hiertoe ook van reclame gebruik maken, mogen de overheidsbedrijven daarin niet achterblijven, indien zij tenminste op een behoorlijk deel van de belangstelling van — en van de inkomensbesteding door de consumenten beslag willen leggen.

De gemeentebedrijven, vooral die in de groote steden, zien dit in en gebruiken op ruime schaal alle middelen, welke de tegenwoordige reclame-techniek biedt. Met drukwerken, muurbeschilderingen, bioscoopreclames, met door inhoud of vorm pakkende leuzen wordt de burger bewerkt om meer gas, meer electriciteit te gebruiken, meer de stedelijke vervoermiddelen te bezigen enz.

Voorlichting. Anders dan de reclame richt de eigenlijke voorlichting zich voornamelijk tot het verstand. Zij wil aantoonen en overtuigen. Op tweeërlei terrein bestaat behoefte aan voorlichting. Het publiek is in het algemeen onvoldoende bekend met de doeleinden waartoe en de wijzen waarop het bedrijfsproduct (ik denk hier in het bijzonder

1) Kolthoff, Rationalisatie van reclame door kwalitatief marktonaerzoek, praeadvies voor het Nederlandsch Instituut voor Efficiency. 1938. blz. 9, wijst op deze indirecte concurrentie.

Sluiten