Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

Linden en Pierson geen belasting. „Want wie den hoogeren prijs betaalt, toont dezen er voor over te hebben: de praestatie is hem dien prijs waard." „Het is ook hier weer de toevallige omstandigheid, dat de diensten van een overheid uitgaan, die het oordeel in verwarring brengt. Want wie zou aan belasting denken in dien oceaan van gevallen, waar de prijzen in het particuliere verkeer met een marge den kostprijs overtreffen?"

Omdat, zooals wij zagen, door de gelijkstelling met indirecte belastingen een oordeel over de toelaatbaarheid van bedrijfswinsten nog niet is geveld, acht ik dit twistpunt van minder belang. Wij kunnen erkennen, dat gemeentelijke bedrijfstarieven punten van gelijkheid met belastingen vertoonen, wij kunnen ook verschilpunten ontdekken — de meerdere differentiatie en soepelheid der bedrijfstarieven zijn zulke verschilpunten, hiermede is omtrent de wenschelijkheid of onwenschelijkheid van bedrijfswinsten nog weinig gezegd.

Bedrijfswinst Dat het maken van bedrijfswinst principieel in strijd is met de principieel in posjt;e van Jg Overheid, is, dunkt mij, de algemeene gedachte van positiever de tegenstanders, ook van hen, die hun bezwaren in anderen vorm Overheid. gjeten. „Het publieke karakter van de diensten zou wijzen in de richting van levering tegen kostprijs of, in bepaalde gevallen, zelfs daar beneden, opdat op zoo ruim mogelijke schaal daarvan zou

worden geprofiteerd" 1).

De Overheid — aldus kan deze gedachte nader worden omschreven — is niet een gewone particuliere ondernemer geworden, toen zij een bedrijf ging exploiteeren. Zij deed dit uitsluitend om een algemeen belang te behartigen, het belang van een goede verzorging van haar burgers met de diensten, welke het bedrijf kan leveren. Die verzorging, welke haar eenig doel is, geschiedt het best door voor de diensten een zoo laag mogelijken prijs te vorderen en dus geen prijs die winst geeft.

Naar mijn gevoelen is deze gedachte te simplistisch. Het dienen van het algemeen belang door de bedrijfsuitoefening moet primair zijn. Het is echter op zichzelf niet uitgesloten, dat hiermede het

1) Bordewijk, t.a.p. blz. 547, die Kier niet zijn eigen standpunt weergaf.

Sluiten