Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

Opvatting Was de Amsterdamsche wethouder Wibaut. Twee motieven in het van Wibaut. k|jzonc]er heeft hij aangevoerd voor de toelaatbaarheid dier winsten1). Verschil met Het eerste is gegrond op een verschil tusschen den aard van onderonder-1'16'6 nemerswinst, door de gemeente gemaakt, en dien van de ondernemerswinst. nemerswinst, door particulieren behaald. Het verschil springt volgens Wibaut in het oog. „De ondernemerswinst, door particulieren gemaakt, wordt van elk der verbruikers afzonderlijk en van alle verbruikers gezamenlijk, niet enkel geheven, doch wordt hun ook onthouden. De ondernemerswinst, door het gemeentebedrijf gemaakt, wordt wel van de verbruikers geheven, doch wordt hun niet onthouden. Het volle bedrag dezer ondernemerswinst blijft ter beschikking van het orgaan der verbruikers. Dit orgaan, de Raad der gemeente, zal er de bestemming aan geven."

Winst op Wibaut's tweede motief is, dat „een meer of minder belangrijk

^Industrie deel toch van de ondernemerswinst bij gemeentebedrijven wordt verkregen uit levering aan industrieelen, die, naar vaststaat, voor de leveringen der gemeentebedrijven de economische waarde betalen of somtijds ook iets daar beneden. De economische waarde in dien zin, dat geen industrieel het gebruiken van vaste brandstof, die hij op de markt koopt, zal vervangen door het gebruiken van gas van een gemeentebedrijf, wanneer deze verandering in zijn bedrijf hem niet voordeel biedt.'

Beide motieven geven mij aanleiding tot een enkele kantteekening. Het eerste motief is slechts aanvaardbaar voor wie de politiekeconomische inzichten deelt, die Wibaut huldigde. Het houdt immers een veroordeeling van de ondernemerswinst in het algemeen in, waarop wegens het vloeien in de gemeentekas, voor de winst der gemeentebedrijven een uitzondering wordt gemaakt.

De tegenstanders van gemeentelijke bedrijfswinsten plegen het bestaande economische stelsel te aanvaarden. Daarin is de particuliere ondernemerswinst regel en wordt deze in het algemeen niet als ongerechtvaardigd beschouwd. Het overheidsbedrijf zou volgens hen, naar wij hierboven zagen, op dezen regel juist een uitzondering moeten vormen!

*) Prae-advies, Gemeentebestuur 1927, blz. 282 en vlg., 289 en vlg.

Sluiten