Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

Aanvechtbaar is ook de bewering, dat de gemeentelijke bedrijfswinst wel van de verbruikers wordt geheven, doch hun niet wordt onthouden, omdat zij ter beschikking van hun orgaan, den gemeenteraad, blijft. De gemeente is niet volledig gelijk te stellen met alle verbruikers tezamen. Voorts zal de mate, waarin ieder verbruiker geacht kan worden te profiteeren van het gemeentelijk gebruik der bedrijfswinst, niet evenredig zijn aan het deel, dat hij tot de vorming van die winst heeft bijgedragen.

Ook de kracht van het tweede motief kan ik niet erkennen. De bestrijding kan men het best aanvatten bij een ander citaat ): „Deze ondernemerswinst aan de industrieelen teruggeven zou zijn aan deze industrieelen van gemeentewege geschenken doen toekomen. Grooter, naarmate hun bedrijf grooter is, en hun verbruik van gas grooter is geweest. Er zijn wellicht .... enkele voorstanders van het geven van zulke geschenken. Zij zien hierin wellicht het aangewezen middel om van gemeentewege de particuliere nijverheid te bevorderen. Doch ietwat nadere beschouwing leert wel, dat langs dezen weg alleen zou worden bevorderd de verhooging van de particuliere ondernemerswinst, rechtstreeks ten koste van de collectieve ondernemerswinst in handen der gemeente.

Wibaut meent derhalve, dat het lager stellen van bedrijfstarieven niet de particuliere nijverheid bevordert, doch slechts de particuliere ondernemerswinst verhoogt. In bepaalde omstandigheden is dit ook zoo. Wordt aan bloeiende particuliere bedrijven een tariefsverlaging toegestaan zonder dat een verlaging van hun verkoopsprijzen daarvan het gevolg is (b.v. omdat concurreerende bedrijven in andere steden van die tariefsverlaging niet profiteeren), dan zal hun bedrijfswinst met het volle bedrag der tariefsverlaging toenemen.

Doch de omstandigheden kunnen ook anders en zullen vaak anders liggen. Een gunstig tarief kan tot het behoud of de uitbreiding van een bestaand particulier bedrijf bijdragen of een factor zijn, die de vestiging van een bedrijf mede veroorzaakt.

Meer aanvaardbaar, doch weinig principieel acht ik de opvatting Bedrijfswinst van den anderen prae-adviseur voor het Congres van 1927,

1) T.a.p. blz. 285.

Sluiten