Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

Mr. M. H. de Boer1). Zijn hoofdgedachte is kennelijk deze, dat het bedrijf ook in gemeentelijke handen een bedrijf is. Normaal is dan, dat de bedrijfsvoering commercieel geschiedt, en dit beduidt, dat het streven naar en het behalen van winst eveneens normaal is te achten.

Eigen opvatting.

Beperking van het streven naar winst.

Dat ik de tegen de gemeentelijke bedrijfswinsten aangevoerde bezwaren niet deel, is uit mijn bestrijding gebleken. Ik acht deze winsten in beginsel alleszins gerechtvaardigd. Voor mijn motiveering sluit ik aan bij wat ik nopens het monopolistisch karakter dezer winsten schreef. Zij zijn naar mijn inzicht te beschouwen als gunstige gevolgen van de aaneengesloten bebouwing, van de bevolkingsagglomeratie in steden en dorpen. Het is billijk, dat deze lusten der bevolkingsagglomeratie worden genoten door het lichaam, dat daarvan ook de lasten draagt. Dat lichaam is de gemeente, die heeft te zorgen voor den aanleg en het onderhoud van straten en plantsoenen, voor den afvoer van water en vuil, voor handhaving van de openbare orde, voor regeling van het verkeer, in de groote steden voor het functionneeren van verkeersmiddelen en zoo zou deze opsomming nog kunnen worden voortgezet.

Rechtstreeksch verband tusschen bedrijfsuitoefening en deze lasten bestaat slechts een enkele maal: mij werd genoemd het verband tusschen een waterleidingbedrijf, dat de plaatsing van sanitaire accommodaties bevordert, en het rioleeringstelsel, dat hierdoor in meerdere mate noodig wordt.

Een indirect verband tusschen lusten en lasten bestaat steeds door hun gemeenschappelijke oorzaak, de bevolkingsagglomeratie.

Dit standpunt brengt niet met zich, dat het streven naar winst onbeperkt zou mogen zijn. Dat de lasten van andere gedeelten der Overheidstaak worden gedekt door bedrijfswinsten, is slechts gerechtvaardigd, wanneer ook het door de bedrijven te verzorgen deel dier taak behoorlijk is behartigd.

De gemeente heeft het als een deel van haar taak beschouwd in de behoeften der burgers aan water, gas of electriciteit enz. te voor-

T. a. p. blz. 262 en vlg.

Sluiten