Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

en onder lage spanning. Ook afgezien daarvan is een gelijkmatige verdeeling van de vaste (productie- en distributie-) kosten bij dit bedrijf niet juist.

Van het gas- en het waterbedrijf onderscheidt het electriciteitsbedrijf zich, doordat bij de productie geen voorraad kan worden gevormd. Productie en afname vallen in tijd geheel samen. Derhalve moet de capaciteit der installatie berekend zijn op de maximumafname, welke zich op een bepaald tijdstip kan voordoen. Dat tijdstip bevindt zich b.v. in de namiddaguren van 4 tot 6 van de donkerste dagen van den wintertijd, in welke uren en lichtstroom en krachtstroom worden afgenomen 1).

Men zou de vaste kosten kunnen beschouwen als uitsluitend door de afname in dien spitsbelastingtijd veroorzaakt en op grond daarvan deze kosten uitsluitend over de afname, welke bijdraagt tot de spitsbelasting, kunnen verdeelen. Dat zou echter tot het onaanvaardbare gevolg kunnen leiden, dat van alle verbruik buiten den spitstijd de kostprijs slechts op de variabele kosten zou worden gesteld.

De vaste kosten moeten daarom worden onderscheiden in de speciale kosten van den spitstijd en de gemeenschappelijke kosten van het geheele verbruik. De eerste moeten verdeeld worden over de afnemers of afnemersgroepen, die voor hun verbruik een bepaald (kilowatt)vermogen in den spitstijd in beslag nemen. De gemeenschappelijke kosten moeten over het geheele verbruik worden verdeeld.

Voor deze verdeelingen bestaan verschillende vernuftige methodes 2). Practische bezwaren van meting (de kosten van het meetapparaat) leiden er toe, dat als maatstaf meestal wordt genomen het maximale vermogen, dat een verbruiker op eenig tijdstip voor zich vereischt, derhalve de eigen spitsbelasting van lederen verbruiker.

*) Indirect kan bij groote centrales voorraad worden gevormd door de mogelijkheid van stoomaccumulatie, waardoor de belastingfactor van het ketelhuis kan worden verbeterd. Hier te lande is dit in Amsterdam toegepast. Het systeem biedt nog verdere technische mogelijkheden. Zie Lulofs, Rationeele electriciteitslevenng. blz. 5 en ö.

2) Zie naast Gelissen en Snel ook Brunings en Bartelds, Analyse der producUe- en distributiekosten van electrische energie. Economisch Technisch hjdschnjt, I»/, Maart-, April- en Mei-nummers.

Sluiten