Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

Zijn de bedrijven in verschillende handen, dan geldt deze eisch naar mijn oordeel niet minder. Ik kom hierop in hoofdstuk XII terug.

Tot dusverre bespraken wij de tariefsbepaling voornamelijk met Vergrooting het oog op de benutting van een bestaande bedrijfscapaciteit. ™padteit

Bij industrieele bedrijven doet zich in het algemeen de tendens voor, dat vergrooting van de capaciteit tot verlaging van den kostprijs leidt. Hoe grooter de installatie, hoe voordeeliger zij produceert.

Bovendien drukken op een grootere productie de niet evenredig toenemende algemeene kosten minder zwaar.

Onbeperkt werkt deze tendens niet. Of een voordeelige, telkens verder gaande vergrooting van de installatie mogelijk is, hangt af van den stand der techniek. Voorts plegen ook, wanneer de omvang van het bedrijf een zekere grens overschrijdt, de algemeene kosten te stijgen, doordat het beheer ingewikkelder, minder overzichtelijk is geworden. Binnen de hierdoor bepaalde grenzen is echter de zgn.

wet van de vermeerderende meeropbrengsten van kracht.

Door vergrooting van hun capaciteit kunnen bedrijven dus Invloed op trachten hun rentabiliteit te verbeteren. De kostprijs per eenheid tarievenzal bij meerdere productie dalen. De afzet zal dan met de vergroote productiemogelijkheid in overeenstemming moeten worden gebracht. Dit kan op tweeërlei wijze worden bereikt. De tarieven kunnen over de geheele lijn worden verlaagd, waarvan, tenminste als de vraag elastisch is, een verruiming van alle deelen van den afzet kan worden verwacht. Ook kan de nieuwe productie-capaciteit tegen lagen prijs beschikbaar worden gesteld voor verbrui ksmogelijkheden, die tegen de hoogere prijzen niet konden worden verwezenlijkt. Het kostprijs- en het gebruikswaardebeginsel werken hier beide in de richting van tariefsverlaging.

De capaciteit kan meestal niet zeer geleidelijk worden opgevoerd.

Is eenmaal een vergrooting noodig, dan zal deze ruim moeten worden genomen. De uitbreiding van een groeiend productiebedrijf gaat als het ware schoksgewijze. De afzet nadert de bestaande capaciteit.

Deze wordt flink vergroot, waardoor de capaciteit eenige jaren te ruim is. Geleidelijk stijgt de afzet weer, waarna het spel zich herhaalt.

Iedere uitbreiding laat dus aanvankelijk een overcapaciteit ontstaan.

Sluiten