Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTELIJK GRONDBEDRIJF

minder vaak voor dan bij een oppervlakkige beschouwing van het grondvraagstuk wordt verondersteld.

Toch is niet te ontkennen, dat een gemeentelijk grondbezit, dat op juiste wijze wordt geëxploiteerd, het ontstaan van monopolistische uitzonderingsgevallen zal kunnen verhinderen.

Verklaring Ter beoordeeling van de juistheid der prijsvorming is het noodig va" aC rA» deze verder te analyseeren.

aTd^r C Ook wanneer de voor uitbreiding in aanmerking komende grond rand' door concurreerende eigenaren in exploitatie wordt gebracht, blijkt

deze grond een hoogeren prijs te kunnen opbrengen dan toen hij uitsluitend voor landbouw of veeteelt was bestemd. Dit verschijnsel kan op soortgelijke wijze als Ricardo's leer dit voor de pacht van

cultuurgronden doet, worden verklaard. ^ _

De prijs voor stedelijken grond in het algemeen is niet oorzaak, maar gevolg van de hoogte der huren. De stadsbewoners zijn bereid huren te betalen, die meer dan rente, afschrijving en andere jaarlijksche lasten van de bouwkosten dekken. Dit meerdere is gekapitaliseerd de waarde van den grond. Waarom zijn de stadsbewoners tot deze hoogere woonkosten bereid? Omdat het wonen op dit beperkte gebied van de stad hun zekere voordeelen verschaft.

De beperktheid van het bebouwingsgebied is hierin de voornaamste factor. Dit gebied kan niet willekeurig worden uitgebreid. Zooals Von Mangoldt als zijn „Theorie des schmalen Randes heeft uiteengezet 1), komt telkens slechts een betrekkelijk smalle strook, onmiddellijk aansluitend aan de bebouwing, voor de uitbreiding in aanmerking. Het bouwrijpmaken van verder liggende terreinen, die niet onmiddellijk aan het bestaande stratennet aansluiten, vordert extra-kosten en kan bijzondere moeilijkheden veroorzaken. De gemeenten zijn dan ook hiertoe veelal niet bereid.

Dit smalle randgebied van de stad heeft dientengevolge een ditferentieele waarde vergeleken bij den verder gelegen grond, die pas later bij het bebouwingsgebied kan worden getrokken.

M Die stadtische Bodenfrage, 1907. blz. 229 en vlg. Hier te lande is deze theorie uiteengezet dror Mr H. j. Nieter in zijn prae-advies van 1908 voor de Vereen.g.ng voor de Staathuishoudkunde en de Statistiek.

Sluiten