Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTELIJK GRONDBEDRIJF

deze geen korteren levensduur hebben dan de eerste termijn van het erfpachtsrecht. Zonder al te veel bedenking zal de gemeente de verplichting op zich kunnen nemen om bij eventueele beëindiging de waarde van de opstallen, die gangbare objecten zijn, te vergoeden.

Bij industrieterrein is dit anders. De gemeente zal zich bezwaarlijk kunnen verplichten om bij het einde van den erfpachtstermijn de restantwaarde van de opstallen te betalen. Die opstallen zullen meestal voor haar onbruikbaar zijn en ook zal zij deze niet licht kunnen vervreemden. Voor de bij den aanvang van de erfpacht te bouwen opstallen zal de eerste termijn een voldoende tijdsruimte tot afschrijving bieden. De Amsterdamsche industrie-commissie (onder voorzitterschap van Prof. Th. Limperg Jr.) heeft in haar rapport betreffende het erfpachtstelsel voor industrieterreinen de daarna rijzende moeilijkheden duidelijk beschreven in de volgende passage: „De regeling zou in hoofdzaak bevrediging kunnen geven, indien het bedrijf met zijn opstallen en installaties ongewijzigd bleef voortbestaan tot aan het einde van den overeengekomen termijn en bestemd was om dan als economische eenheid te verdwijnen. Maar noch het een noch het ander is doorgaans het geval. Het bedrijf is een levend complex, welks bestaan normaliter niet doelmatig gebonden kan worden aan een erfpachtstermijn. Het vereischt, om te kunnen voortbestaan, voortdurende technische verjonging. Wordt het met goeden uitslag gedreven, dan is vaak vergrooting der gebouwen en der werktuig-installaties noodig. Gesteld nu al, dat de voor de stichting van het bedrijf gekozen erfpachtstermijn inderdaad doelmatig is bepaald, dan zal toch klaarblijkelijk die termijn voor later aangebrachte vernieuwingen en uitbreidingen niet meer voldoende zijn. In den aanvang wordt dit bezwaar doorgaans niet sterk gevoeld; de termijn voor de erfpacht is voor de meeste gevallen ruim gekozen. Maar allengs wordt de druk van de mogelijkheid van den afloop der overeenkomst grooter. De vestiging van nieuwe gebouwen wordt al spoedig te duur, omdat ze in abnormaal korten tijd moeten worden afgeschreven. Dan volgt weldra het oogenblik, waarop de kosten van nieuwe werktuig-installaties niet meer gerechtvaardigd worden. Van ex*) Gemeenteblad Amsterdam, afdeeling I, 1932, bijlage G, blz. 31 en 32.

Sluiten