Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huurcontract is, om het gehuurde zoo onbelemmerd mogelijk te gebruiken. Wordt hij in dit belang getroffen, dan kan hij trachten om schadevergoeding hiervoor te krijgen van den inbreukpleger. In de volgende hoofdstukken zal dit nader uiteengezet worden.

Alvorens thans de aansprakelijkheid van de derden nader te onderzoeken eerst nog een opmerking over de theorie van de

onrechtmatige daad.

De Hooge Raad is in 1919 tot de ruime opvatting van art. 1401 gekomen door aan het woord onrechtmatig een ruimere beteekenis te geven. Ik hoef daar niet op in te gaan, doch wel moet hier nog eens de aandacht gevestigd worden op het feit, dat de H.R. allen nadruk legt op het woord „onrechtmatig". Zooals van Brakel in het Rechtsgeleerd Magazijn zegt *): „De vraag, of een daad al dan niet tot schadevergoeding verplicht, wordt volledig beantwoord, door haar aan 's Hoogen Raads formule te toetsen. De „schuld" is daardoor teruggebracht tot haar oorspronkelijke beteekenis van daderschap door een toerekeningsvatbaar persoon, die zich niet op overmacht kan beroepen . L Ons onderzoek zal moeten gaan naar de normen, die bij het bestaan van overeenkomsten door derden in acht genomen moeten worden. Wanneer die normen worden overtreden, is er een onrechtmatige daad gepleegd, welke tot schadevergoeding verplicht.

Bij het onderzoek van de aansprakelijkheid van derden, die inbreuk maken op de belangen uit overeenkomsten, maken wij de volgende indeeling:

A. 1. Een derde is betrokken bij een contractbreuk, waardoor

de crediteur in zijn belangen wordt benadeeld.

2. Een derde profiteert op onrechtmatige wijze van de contractbreuk van een ander.

B. 1. Een derde is oorzaak, dat de crediteur het hem toekomende

niet krijgt zonder dat de debiteur contractbreuk pleegt.

2. Een derde verricht een onrechtmatige handeling, waardoor contractueele verplichtingen worden verzwaard.

ï) ,historie der interpretatie van de art. 1401 en 1402", R.M. 1938 bl. 27.

Sluiten