Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 2.

LITERATUUR.

Er bestaat geen uitgebreide literatuur over ons onderwerp en zeker niet in ons land. In Frankrijk heeft men er meer aandacht aan besteed, maar ook niet bijzonder veel. Het lijkt mij echter toch wel noodzakelijk om een overzicht der literatuur te geven.

Voornamelijk is hierin het onderwerp der bespreking geweest de medewerking aan contractbreuk. Slechts terloops komen andere mogelijkheden ter sprake, terwijl niet altijd een nauwkeurig onderscheid wordt gemaakt tusschen de verschillende soorten gevallen.

§ 1. Nederlandsche literatuur.

Drucker heeft in zijn reeds aangehaald proefschrift een bespreking gewijd aan de bescherming van belangen uit overeenkomsten tegen derden. Hij doet dit hoofdzakelijk in verband met het duitsche recht, doch hij zegt ook dingen, welke voor ons recht van belang zijn.

Hij wijst er op i), dat men getracht heeft om, naar analogie van wat voor een lichamelijke zaak geldt, een inwerking op het abstracte vorderingsrecht te construeeren, b.v. Kohier 2). Drucker acht deze pogingen van twijfelachtige waarde en zegt, dat het niet mogelijk is, anders te werk te gaan dan te vragen of de derde al dan niet oorbaar handelde en of daaruit de schade met voldoend causaal verband voortvloeit.

Naar mijn meening is dit inderdaad juist. Men kan het vorderingsrecht niet eenvoudig gelijk stellen met eigendom van een zaak en zeggen, dat evenals zaakbeschadiging altijd onrechtmatig is, inbreuk op het vorderingsrecht ook altijd onrechtmatig is. De erkenning van het eigendomsrecht in de wet houdt in een tot iedereen gericht verbod om inbreuk op dat recht te maken 3). Wanneer deze norm opzettelijk wordt overtreden, heeft de eigenaar recht op schadevergoeding of herstel. Een hiermede gelijkstaande erkenning van het vorderingsrecht bestaat in ons recht niet.

1) a. w. b. 140.

2) Lehrbuch des bürgerlichen Rechts II, bl. 625.

3) vgl. P. Scholten, Zakenrecht, 6e druk, bl. 106.

Sluiten