Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens den verkoop van merkartikelen onder den prijs. Deze artikelen had de verkooper niet direct ontvangen van den contractbreukpleger, doch nog weer van een later tusschenpersoon". Ik kom op de beslissing van den Hoogen Raad nog terug, doch wil hier aanhalen hetgeen prof. Meijers dienaangaande zegt. Hij stelt voorop, dat het bewust voordeel trekken van een plaats gevonden hebbende contractbreuk niet steeds onrechtmatig is. In dit geval was er echter niet alleen een voordeel trekken uit een contractbreuk, doch de handelingen van den verkooper zouden, wanneer zij geduld werden, een blijvend gevaar opleveren, dat de fabrikant zijn artikel door onrechtmatige gedragingen van zijn afnemers niet op prijs zou kunnen houden, en dat is wel onrechtmatig.

„Op dezelfde wijze wordt het in dienst nemen van arbeiders, die hun dienstbetrekking onrechtmatig verbroken hebben, wel ongeoorloofd, wanneer men dit stelselmatig zou doen of den arbeiders een schadevergoeding, die zij eventueel moeten betalen, zou vergoeden".

§ 2. Fransche Literatuur.

In 1910 is in Frankrijk door P. Hugueney een proefschrift gewijd aan de medeplichtigheid van derden aan contractbreuk ')• Een volledige bespreking van het geheele proefschrift is niet gewenscht, al was het alleen al, omdat Hugueney weinig bijval heeft gevonden, maar de voornaamste punten wil ik volledigheidshalve hier toch memoreeren.

Nadat Hugueney heeft aangetoond, dat de aansprakelijkheid van den derde berust op art. 1382 C.c., vraagt hij zich af 2), of deze derde een zelfstandige onrechtmatige daad pleegt, dan wel of diens aansprakelijkheid afhankelijk is van de aansprakelijkheid van den debiteur: „On peut songer d' abord a mettre a la charge du tiers une responsabilité délictuelle propre et indépendante; on peut au contraire prétendre que la seule responsabilité qui le menace est une responsabilité d' emprunt, calquée sur la responsabilité encourue par le débiteur lui même".

1) P. Hugueney „La responsabilité civile du tiers complice de la violation d'une obligation contractuelle", (thèse Dijon 1910).

2) a. w. bl. 209.

Sluiten