Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

qu' accepter une proposition toute prête que lui fait le débiteur de conclure un contrat".

Deze conclusie komt vrijwel overeen met die van Drucker, n.1. dat de inbreuk op het contract in hoofdzaak moet zijn te wijten aan den derde.

Demogue *) eischt een positieve daad van den derde. Het is volgens hem niet voldoende, dat hij geheel en al passief is. Aan den anderen kant vindt hij het echter niet bepaald noodig, dat de derde de overeenkomst kende, voldoende is reeds, dat hij moest vermoeden, dat er een overeenkomst bestond. Wanneer echter door de wet een formaliteit van publiciteit wordt geeischt, is er „fraude" noodig ,,c' est a dire un ensemble de faits, en vue de dépouiller le créancier de son droit", dus b.v. bij overdracht van onroerend goed. Dat Demogue geen strenge eischen stelt voor de aansprakelijkheid van den derde, blijkt wel hieruit, dat naar zijn meening reeds „simples paroles pour engager a ne pas respecter un contrat" voldoende zijn.

§ 3. Samenvatting.

Wanneer wij thans samenvatten, hetgeen de verschillende auteurs over ons onderwerp hebben geschreven, dan kunnen wij allereerst constateeren, dat vrijwel allen het er over eens zijn, dat voor de aansprakelijkheid van den derde is vereischt zijn wetenschap omtrent het bestaan van het contract, waaruit de geschonden belangen voortkomen. Alleen Demogue schijnt het voldoende te vinden, dat de derde het bestaan van het contract had kunnen kennen.

Anders ligt het geval echter volgens de Grooth, wanneer een contractant houder is van een zaak. Culpooze aantasting van diens rechten maakt den derde wel aansprakelijk. Bovendien is volgens Drucker geen bekendheid met de overeenkomst noodig, indien de daad van den derde op zich zelf reeds ongeoorloofd was.

De verdere eischen voor de aansprakelijkheid van den derde, welke besproken worden, hebben voornamelijk betrekking op het geval, waarin een derde direct is betrokken bij contractbreuk. De derde is dan volgens Drucker, Mulderije en Mercier niet aan-

i) R. Demogue „Traité des obligations", Tome 7, bl. 601.

Sluiten