Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 3.

Wij zullen in dit hoofdstuk de gevallen behandelen, welke aan het einde van hoofdstuk 1 onder A zijn bedoeld.

Deze gevallen zijn:

1. Een derde is betrokken bij een contractbreuk, waardoor de crediteur in zijn contractueele belangen wordt benadeeld.

2. Een derde maakt gebruik van de contractbreuk van een ander.

Deze gevallen zijn niet altijd volkomen te scheiden, doch over het algemeen zijn ze goed uit elkaar te houden.

Ik zal de gevallen behandelen aan de hand van voorbeelden in de nederlandsche jurisprudentie, hier en daar aangevuld met beslissingen van buitenlandsche rechters om zoo te komen tot een aanduiding van de gedragsregels van niet-contractanten t.o.v. bestaande overeenkomsten.

§ 1.

Wij beginnen met het bekende arrest van den Hoogen Raad van 31 Januari 1919. De H.R. heeft, gelijk bekend, bij dat arrest een nieuwe uitleg gegeven aan art. 1401 B.W. In deze zaak had Lindenbaum een vordering ingesteld tegen Cohen tot vergoeding van schade, die hij geleden had ter zake dat Cohen een bediende van Lindenbaum door giften en beloften had overgehaald, hem, Cohen, inlichtingen te verschaffen omtrent al hetgeen ten kantore van Lindenbaum gebeurde, hem copie te geven van de door laatstgenoemde gedane offerten en opgaaf te doen van klanten, die bestellingen deden of prijsopgaaf vroegen, welke handelingen door Lindenbaum geoordeeld werden onrechtmatig te zijn.

Het verloop der procedure voor Rechtbank en Hof is hier van geen belang; wel echter de overweging van den Hoogen Raad op grond waarvan de daden van Cohen onrechtmatig werden geoordeeld. Deze overweging luidt: „dat onder dit begrip (onrechtmatige daad. V.) zeker valt de daad van hem, die tot eigen baat door giften en beloften den bediende van een concurrent overhaalt de beroepsgeheimen van zijn meester afhandig te maken en aan hem zeiven te openbaren".

De zaak komt dus hierop neer, dat de bediende van Lindenbaum had gehandeld in strijd met art. 1639d en 1639p sub 9 B.W. Cohen had dien bediende overgehaald met bepaalde middelen om in strijd met zijn verplichtingen te handelen en dat werd

Sluiten