Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

constatations de 1' arrêt que L. qui connaissait le caractère et 1' étendue des engagements pris par la dame H. vis-a-vis de la Comédie-Frangaise, qui ne pouvait ignorer que la violation de ces engagements causait a la Comédie-Frangaise un préjudice sérieux, n' a pas hésité, en signant avec H. un nouvel engagement bien que celui qui la liait a la Comédie-Frangaise existat encore, a contribuer au préjudice résultant de la faute commise par H.".

Ander geval: Een klokkenmaker heeft een knecht van een concurrent in dienst genomen voor de uren, dat deze knecht niet bij dien concurrent werkzaam was. De knecht krijgt ruzie met den concurrent en loopt daar weg voordat de dienstbetrekking is afgeloopen. De klokkenmaker neemt hem nu volledig in dienst, waarna hij tot schadevergoeding wordt aangesproken. Het Cour de Besangon wees de vordering toe x) met de volgende overweging: „Attendu qu' il est constant en doctrine et en jurisprudence que le commergant, qui, dans un intérêt personnel en pleine connaissance de cause, amène ou facilite la rupture par un employé du contrat de louage de services qui le liait a 1' un de ses concurrents, se rend coupable d' une faute qui engage sa

responsabilité dans les termes de 1' article 1382 ; qu' il n' est

nullement nécessaire.... que le patron ait personnellement débauché 1' ouvrier; qu' il suffit qu' il ait traité avec lui sachant qu' il était lié par un contrat de travail vis-a-vis d' un autre patron...."

Het is dus volgens deze fransche jurisprudentie niet noodig, dat contractbreuk is uitgelokt, evenmin, dat de derde bijzondere middelen heeft aangewend om de contractbreuk gemakkelijker te maken b.v. het door den derde voor zijn rekening nemen van de door den contractant verschuldigde boete, doch het enkele feit, dat de derde heeft gecontracteerd met een nog gebonden arbeider is reeds voldoende voor de aansprakelijkheid tegenover den eersten werkgever. Dit is wel een vergaande aansprakelijkheid, welke voor ons recht althans nu nog niet te aanvaarden is. Men zou hier eerst over kunnen gaan denken, wanneer het in dienst nemen van personeel, dat nog aan een ander is gebonden, geregeld voorkwam en tot een soort euvel was geworden. In

i) 13 Nov. 1911, Gaz. Pal. 1912. 1. 195.

Sluiten