Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ce pacte et de 1' intention du bénéficiaire dudit pacte d' en profiter, et par suite, en annulant la vente litigieuse, la Cour d' appèl n'a fait qu' appliquer les régies de la matière".

Ook van deze gevallen is mij geen voorbeeld in de Nederlandsche rechtspraak bekend. In voorkomende gevallen zal toch ook bij ons, wanneer de omstandigheden er naar zijn, een veroordeeling van den derde tot schadevergoeding kunnen volgen.

Ik herinner hier aan het geval, dat door Mercier in zijn proefschrift is uiteengezet, zooals ik in het vorige hoofdstuk heb vermeld, n.1. dat iemand zijn huis tweemaal verkoopt en de tweede kooper voor de overschrijving van zijn acte zorgt, vóórdat de eerste kooper dit gedaan heeft. Volgens het daar reeds aangehaalde arrest van het Cour de Cassation is de tweede kooper niet aansprakelijk, indien hij enkel geweten heeft van den eersten koop, doch op geen enkele wijze den verkooper heeft overgehaald om het huis aan hem te verkoopen. Deze beslissing staat wel in tegenstelling met de rechtspraak over de gevallen van in dienstneming van arbeiders, die elders nog gebonden zijn.

Ook naar mijn meening zou de tweede kooper alleen tot schadevergoeding veroordeeld kunnen worden, indien hij op eenigerlei wijze den verkooper had overgehaald zijn eerder aangegane verplichtingen niet na te komen. Het is echter niet noodig, dat de tweede kooper een overwegenden invloed heeft gehad. Men moet niet vergeten, dat de medewerking van dezen een vereischte is voor de contractbreuk van den verkooper.

Bij alle in deze § behandelde gevallen is een vereischte, dat de derde bekend was met het bestaan van het contract. Bij de gevallen van uitlokking zou dat ook niet anders mogelijk zijn, daar men moeilijk kan wenschen, dat een ander wanpraestatie pleegt, als men met het bestaan van het contract niet eens op de hoogte is. Wel is goed denkbaar, dat men iemand onbewust helpt bij een wanpraestatie, doch in zoo'n geval zal men niet aansprakelijk zijn. De dader had geen reden om anders te handelen dan hij deed, nu hij de verplichtingen, tot welker niet nakoming hij medewerking, niet kende. In de volgende § zullen wij echter een geval zien, waarbij dit strenge principe niet geheel wordt doorgevoerd.

Sluiten