Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2.

Wij komen thans tot de tweede groep van gevallen, welke aan het begin van dit hoofdstuk zijn vermeld, n.1. die waarin een derde profiteert van contractbreuk zonder dat hij aan deze contractbreuk zelf medeplichtig is. Een duidelijker aanduiding van de hier bedoelde gevallen is wel gewenscht en ik zal dus hiermee beginnen. Profiteeren van contractbreuk van anderen is zonder meer niet onrechtmatig. Wanneer iemand zonder meer goederen koopt waarvan hij weet, dat één der voorgangers van zijn leverancier daarmede contractbreuk heeft gepleegd, kan hij deze goederen gerust voor zich zelf gebruiken, hij pleegt daardoor geen onrechtmatige daad. Daarentegen is het wel mogelijk, dat er omstandigheden zijn, waaronder het gebruik maken van contractbreuk onrechtmatig is. In de rechtspraak hadden die gevallen betrekking op het verkoopen door detailhandelaren van merk-artikelen onder den prijs, wat mogelijk gemaakt werd doordat een tusschenhandelaar zijn contractueele verplichtingen niet was nagekomen. Wij zullen thans die gevallen aan een onderzoek onderwerpen.

Het voornaamste verschil met de in de vorige par. besproken gevallen is, dat de derde hier niet medeplichtig is aan de contractbreuk. Hij heeft die niet uitgelokt, noch er middelen voor verschaft of overleg met den wanpraestant gepleegd. De derde krijgt echter de gelegenheid om gebruik te maken van een contractbreuk. Het kan zijn, dat hij reeds terstond daarmede op de hoogte is, dan wel er eerst later over hoort. Een winkelier zal b.v. een partij merkartikelen aangeboden krijgen en tegelijk vernemen of begrijpen, dat daarmede wanpraestatie is gepleegd, daar hem niet de verplichting wordt opgelegd om niet beneden een bepaalden prijs te verkoopen. Aan den anderen kant is het mogelijk, dat hem dat eerst later bekend wordt gemaakt.

De contractbreuk kan zijn gepleegd door den verkooper zelf of door een vroegeren tusschenhandelaar. Heeft de verkooper het zelf gedaan, dan helpt de kooper weliswaar feitelijk aan het tot stand komen der wanpraestatie mede, doch dit geval behoort toch niet thuis in de vorige par., daar hij niet desbewust medeplichtig is aan de contractbreuk. Alleen behoort in de vorige par. thuis het geval, dat de kooper samenspant met den verkooper-wanpraestant.

3

Sluiten