Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen tengevolge van een faillissement of liquidatie van een anderen winkel, doch dit werd niet beweerd. Daar gedaagde contractueel geen verplichtingen tegenover den grossier had op zich genomen om niet beneden een bepaalden prijs te verkoopen, was de eenige mogelijkheid, dat die grossier contractbreuk had gepleegd. Er stond niet vast, dat de winkelier dit van begin af aan geweten had, maar hij wist dit in ieder geval wel sedert de sommatie, welke eischeres had doen uitbrengen. Sedertdien profiteerde gedaagde bewust van de contractbreuk van zijn grossier en dit was volgens den President onrechtmatig.

Een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 9 Juni 1936 i) handelde over verkoop van Colgate en Palmolive artikelen beneden den detailprijs. In deze zaak stond vast, dat eischeres, als de importrice voor Nederland der Colgate en Palmolive artikelen, langs contractueelen weg haar afnemers en handelaren in Nederland bond tot het in acht nemen van vaste minimum prijzen. Gedaagde had zich echter niet jegens eischeres contractueel gebonden tot het in acht nemen van deze prijzen. Gedaagde maakt er zijn bedrijf van, merkartikelen langs omwegen in te koopen en te verkoopen onder den vastgestelden prijs.

Eischeres betoogt de onrechtmatigheid van gedaagdes handelwiize op drieërlei grondslag, n.1..

Ie. met de stelling, dat verkoop van merkartikelen, waarvoor een behoorlijk gehandhaafde vaste prijs bestaat, voor een lagere dan die vastgestelde prijs eo ipso is onrechtmatig; 2e met een beroep daarop, dat gedaagde gelijk hem beken ' moet, althans kan zijn, slechts de merkartikelen van eischeres tegen lageren prijs kan leveren, wanneer hij profiteert van door derden gepleegde contractbreuk,

3e dat hij die artikelen verkoopt zonder winst of met zoo geringe winstmarge, dat deze volgens normale en door eiken goeden winkelier toegepaste regelen onvoldoende is, de kosten van een winkelzaak te compenseeren. De Rechtbank overweegt omtrent deze stellingen het volgende.

O wat de primaire stelling van eischeres betreft, dat deze hierop neerkomt, dat gedaagde, hoewel zelf niet contractueel gebonden, doch bekend met de door eischeresse vastgestelde detailprijzen yoor ha merkartikelen en met het bestaan eener omvangrijke contractueele

ï) Rb. Amsterd. 9 Juni 1936 N.J. 1937 no 784.

Sluiten