Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die goederen alleen kon krijgen, tengevolge van contractbreuk). Het gesloten zijn van het stelsel is echter zoo aan deze soort verkoopsorganisatie verbonden, dat wanneer van een fabrikant bekend is, dat hij de kleinhandelprijzen vaststelt, ook aangenomen mag worden, dat zijn organisatie „gesloten" is i).

Wanneer een minder bekende fabrikant van merkartikelen een winkelier, die zijn artikelen beneden den door hem vastgestelden kleinhandelprijs verkoopt, op dien grond aanspreekt, zal voor het slagen der actie noodig zijn, dat de winkelier niet alleen bekend is geweest met de contractbreuk, maar ook met het feit, dat de fabrikant uitsluitend verkocht onder bedoeld kettingbeding. Dat hij alleen bekend was met de contractbreuk is niet voldoende, daar men van een wederverkooper niet kan eischen, dat hij een bepaalden prijs handhaaft, als hem niet bekend is, dat de fabrikant zelf zooveel mogelijk tracht den prijs te handhaven. Men kan dan ook niet zeggen, dat hij in zoo'n geval gevaar voor schade zou veroorzaken. In het arrest van den Hoogen Raad wordt alleen uitdrukkelijk overwogen, dat de winkelier bewust heeft gebruik gemaakt van de contractbreuk. Er wordt niet uitdrukkelijk in gezegd, dat de winkelier bewust moest zijn van het feit dat de verkoopsorganisatie een gesloten stelsel vormde. Wel blijkt uit de feiten, dat de winkelier inderdaad met deze omstandigheid op de hoogte was.

Zou men nu mogen aannemen, dat de Hooge Raad het niet noodig vindt, dat de winkelier op de hoogte was met het „gesloten zijn" der verkoopsorganisatie? Ik geloof van niet. De Hooge Raad heeft m.i. deze voorwaarde niet met zooveel woorden genoemd, omdat er in dit geval aan deze voorwaarde voldaan was. Wanneer deze winkelier niet met deze omstandigheid op de hoogte was geweest, zou de H.R. waarschijnlijk wel aandacht aan dit punt gewijd hebben.

Ik wil er hier nog op wijzen, dat uit het bovenstaande volgt, dat het geen verschil maakt, of de winkelier reeds bij aankoop der goederen van de contractbreuk op de hoogte was of eerst later. Ik ben het met de bovenaangehaalde uitspraak van den President te Assen (bl. 36) eens, dat de winkelier een onrecht-

1) M.i. zou de derde er een beroep op kunnen doen te zijner bevrijding, dat hij de goederen in een faillissement of bij een executorialen verkoop heeft gekocht, indien hierin althans bevrijdende omstandigheden gezien mogen worden.

Sluiten