Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matige daad pleegt, wanneer hij doorgaat met verkoop der artikelen beneden den vastgestelden prijs, nadat hij de contractbreuk heeft vernomen. Het is hem immers zeer goed mogelijk om de artikelen tegen dien prijs te verkoopen en wanneer hij dat niet doet is hij tenvolle verantwoordelijk voor de schade, welke hij toebrengt.

Ondanks deze uiteenzettingen meen ik, dat nog niet duidelijk naar voren is gekomen, waarin het onbehoorlijke van de daad precies zit. De Hooge Raad heeft dat n.1. naar mijn meening niet voldoende aangetoond. Ik wil daarom hier uiteenzetten waarin dat onbehoorlijke naar mijn meening zit.

Het bewust gebruik maken van contractbreuk is op zich zelf niet onrechtmatig, doch kan dat onder omstandigheden wel zijn. De Hooge Raad beschrijft nu de omstandigheden van dit geval en meent dat die voldoende zijn om het gebruik maken van contractbreuk onrechtmatig te doen zijn. Naar mijn meening waren er wel voldoende omstandigheden daarvoor aanwezig, doch werd een belangrijke omstandigheid niet voldoende naar voren gebracht. Deze is n.1. dat de winkelier door dien verkoop steun verschafte aan den contractbreker. Immers de tusschenhandelaar zou zijn contract niet breken, indien er geen detailhandelaren waren, aan wie hij hetzij direct hetzij indirect zijn waren kwijt kon. Indien de wanpraestant slechts via een verderen tusschenhandelaar aan den winkelier levert, moet hij zelfs reeds van te voren weten, dat die winkelier bereid is om eventueel zijn goederen op die wijze af te nemen x).

In dezen steun, welken de detailhandelaar aan den contractbreker verleent, zit het onbehoorlijke. Er is hier wel geen samenspanning zooals in de gevallen van de vorige par., doch de detailhandelaar moest toch begrijpen, dat hij een zekere medewerking verleende door die goederen aldus te koopen en weder te verkoopen en daarvan zijn bedrijf te maken. Juist zijn indirecte' medewerking helpt het systematisch prijsbederf in stand houden.

Andere gevallen, welke in deze par. thuis zouden behooren, laten zich niet gemakkelijk denken. Bij onroerend goed zou men

1) Prof. Meijers spreekt in zijn noot onder het arrest van den Hoogen Raad over „begunstiging".

Sluiten