Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hierin, dat in het eerste geval auto's zonder meer te koop werden aangeboden, terwijl dit in het laatste geval werd gedaan onder den titel van alleen-vertegenwoordiger. Volgens maatschappelijke opvattingen is het onbehoorlijk om dien titel te gebruiken in strijd met de waarheid. Zoodoende is het contractueele recht om dien titel te gebruiken tot een soort uitsluitend recht geworden.

Daardoor is dit geval ook verwant aan de eerder in deze par. behandelde gevallen, als de huur, octrooilicentie enz. In die gevallen bestond er echter tevoren een uitsluitend recht, waarvan het gebruik werd afgestaan, terwijl in dit geval een soort uitsluitend recht door het contract in het leven werd geroepen. Wanneer men dus contractueel recht verkrijgt om iets te doen met uitsluiting van anderen, pleegt een derde een onrechtmatige daad door datgene te doen, waartoe de contractant alleen gerechtigd was, wanneer óf het gebruik van een absoluut recht wordt afgestaan öf een titel of qualiteit wordt verkregen, welke een ander zich niet zou kunnen aanmatigen zonder een valsche voorstelling bij het publiek te wekken.

Aan het slot van deze par. moet ik nog vermelden de mogelijkheid, dat contractueele belangen worden geschaad door een beslag, gelegd ten laste van een crediteur onder den debiteur. Wanneer een beslag ten onrechte is gelegd kan de benadeelde schadevergoeding eischen. Jammer genoeg is er geen jurisprudentie, welke er zich nauwkeurig rekenschap van geeft, waarin het onbehoorlijke van een dergelijk beslag zit. T.a.v. beslag op goederen heeft de H.R. bij arrest van 4 April 1912 (W. 9358) overwogen, dat een ten onrechte gelegd beslag den eigenaar het vrije beschikkingsrecht over zijn eigendom ontneemt en derhalve een onrechtmatige daad is.

M.i. zit bij een beslag op een vordering het onbehoorlijke in de overschrijding door den beslaglegger van de aan hem door de wet toegekende bevoegdheden. In ieder geval is noodig dat een onrechtmatige daad is gepleegd in den zin van art. 1401 B.W. en is het minder juist, wat de Rechtbank te Rotterdam in een vonnis van 18 Jan. 1928 *) zegt, n.1. dat zoodra wordt uitgemaakt, dat een beslag ten onrechte is gelegd, tevens is uitgemaakt, dat de beslaglegger een onrechtmatige daad heeft gepleegd.

i) N.J. 1929, bl. 200.

Sluiten