Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2.

Wij gaan thans over tot bespreking van de onrechtmatige daden van derden in verband met contractueele verplichtingen. In overeenkomsten komen dikwijls verplichtingen voor, welke eerst onder bepaalde omstandigheden in werking treden. Handelingen van derden kunnen die omstandigheden in het leven roepen, en de debiteur zal daardoor vaak een schadepost krijgen. Het kan dan voorkomen, dat de debiteur gerechtigd is om een actie tot schadevergoeding tegen den derde in te stellen. Bij verschillende soorten overeenkomsten heeft zich die mogelijkheid in de praktijk voorgedaan. In de eerste plaats alweer bij het huurcontract, n.1. een geval, beslist bij arrest van den Hoogen Raad van 8 Februari 1935 !). Iemand had een auto gehuurd onder de verplichting, dat hij alle schade zou vergoeden, welke tijdens de huur aan de auto zou overkomen. Inderdaad wordt de auto door een derde beschadigd. De huurder vergoedt de schade aan den verhuurder en wil daarna zijn eigen schade, bestaande in het bedrag, door hem aan den verhuurder betaald, op den derde verhalen. Hij tracht dat op verschillenden grondslag te doen, waarover hieronder. Van belang is hier voornamelijk, dat de huurder zich ook trachtte te beroepen op een onrechtmatige daad door den derde tegenover hemzelf gepleegd. Reeds in een vorige procedure over dezelfde kwestie had de huurder dit standpunt ingenomen, doch ook in deze procedure trachtte hij zich hierop te beroepen, hoewel zonder succes, maar daardoor werd er thans minder aandacht aan geschonken.

Alleen de procureur-generaal Besier geeft in zijn conclusie, voorafgaand aan bovengenoemd arrest, aan, waarom deze actie van den huurder volgens hem niet kan opgaan, nat is n.1.: „omdat de door eischer, die niet eigenaar der automobiel was, geleden schade niet een rechtstreeksch gevolg was van de ondervonden aanrijding, die aan v.d. Meers schuld wordt geweten, doch slechts een middellijk gevolg, voortvloeiende uit de huurovereenkomst, die, volgens het door hem gestelde hem tot vergoeding der schade aan den eigenaar verplichtte".

Tegen de verschillende beslissingen in genoemde zaak is opgekomen door A. A. Mulder in het Juristenblad 2). Hij wijst op art. 1592 B.W. en de actie, welke de huurder heeft, die in zijn

1) N.J. 1935, bl. 425.

2) N.J. B. 1937, bl. 269 e.v.

Sluiten