Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderzocht daarna of de schade van den contractueel rechthebbende adaequaat door die inbreuk veroorzaakt was. Toch zijn er m.i. vier argumenten, welke pleiten voor het aannemen van normen, welke de contractueele belangen rechtstreeks beschermen.

In de eerste plaats is het logischer, immers de formule van den H.R. heeft vier wijzen aangegeven, waarop men een onrechtmatige daad kan vinden, n.1. wetsovertreding, inbreuk op een subjectief recht, strijd met de goede zeden en de handelingen, welke in strijd zijn met de maatschappelijke zorgvuldigheid. Wanneer wij de wetsovertreding en strijd met de goede zeden buiten beschouwing laten, dan zullen wij kunnen vaststellen, dat alleen de vierde wijze hier in aanmerking komt en niet de inbreuk op een subjectief recht, daar de contractueele rechten geen absolute rechten zijn. Het ligt dus meer voor de hand, dat gezocht wordt naar een handeling welke in strijd is met de zorgvuldigheid, welke betaamt tegenover den contractant, dan uit te gaan van een schending van een absoluut recht, welke ook heeft plaats gehad.

In de tweede plaats waarborgt de rechtstreeksche bescherming van den huurder e.a. een juister oordeel over de handelingen van de derden. Wanneer hun aansprakelijkheid slechts wordt aangenomen langs den omweg van de inbreuk op een absoluut recht, is er tijd genoeg om vergissingen te begaan. De kortste weg is ongetwijfeld de veiligste weg.

Een derde argument ligt in het niet noodig zijn van de adaequate causaliteitstheorie.

Het vierde argument ligt hierin, dat men geen moeilijkheden krijgt in bepaalde gevallen, doordat de contractueele belanghebbende voor het verkrijgen van schadevergoeding de medewerking noodig heeft van anderen (b.v. de huurder van een auto, die de schade aan de auto vergoedt aan den verhuurder).

Sluiten