Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIJST DER VOORNAAMSTE GERAADPLEEGDE LITERATUUR.

L. ALEXANDROFF, „Traité théorique et pratique des marqués et de la concurrence déloyale". (1935).

J. G. DE BEUS, „Kan wanpraestatie grond opleveren voor aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad jegens een derde?" W.P.N.R. 3604—3607.

A. L. M. VAN BERCKEL, „Het rechtskarakter van huur van onroerend goed volgens hedendaagsch Neaerlandsch recht", diss. Amsterdam 1920, bl. 121.

G. H. C. BODENHAUSEN, „De ongeoorloofde mededinging in de juris¬

prudentie na 31 Jan. 1919", R.M. 1935, bl. 3.

Prof. S. VAN BRAKEL, „Leerboek van het Nederlandsche Verbintenissenrecht".

Prof. S. VAN BRAKEL, „Huwelijksvoorwaarden houdende uitsluiting van elke huwelijksgoederengemeenschap", praeadvies voor de broederschap der notarissen, (correspondentieblad deel 38, afl. 6).

Prof. S. VAN BRAKEL, „Historie der interpretatie van de art. 1401 en 1402", R.M. 1938, bl. 1 e.v.

Prof. S. VAN BRAKEL, „Opmerkingen over Causaliteit". W. 12700— 12702.

H. CAPITANT, „Du recours soit de 1' assureur, soit de 1' assuré contre

le tiers qui, par sa faute, a amené la réalisation du risque prévu au contrat d' assurance", Revue Trimestrielle de Droit Civil, 1906, bl. 37.

CHI TAI TCHANG, „Du sens de la règle res inter alios acta dans la jurisprudence frangaise". (1933).

R. DEMOGUE, „Traité des obligations", tome VII. (1933).

W. H. DRUCKER, „Onrechtmatige daad", prschr. Leiden, 1912.

W. H. DRUCKER, „Onrechtmatige daad", R.M. 1919, bl. 353.

W. H. DRUCKER, „Kort begrip van het recht betreffende den industrieelen eigendom". (1929).

G. DE GROOTH, „De bescherming van rechten uit overeenkomst tegen

aantasting door derden", in feestbundel aangeboden aan prof. Meijers, bl. 157.

H. VAN GOUDOEVER, „De ontwikkeling van de verbintenis uit on¬

rechtmatige daad van 1838 tot heden", Gedenkboek B.W. 1838— 1938, bl. 579.

P. HUGUENEY, „Responsabilité civile du tiers complice de la violation d'une obligation contractuelle", (1910).

Sluiten