Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anatomie

Anatomie

schedel en rompskelet met de ledematen. De schedel wordt verdeeld in hersenschedel en aangezichtsschedel. De hersenschedel wordt, voor zoover tastbaar, gevormd door het voorhoofdsbeen, de wandbeenderen, de slaapbeenderen (waarin zich het gehoororgaan bevindt) en het achterhoofdsbeen, dat het achterhoofdsgat bevat, de verbinding van de hersenholte met het ruggemergskanaal.

Aan den aangezichtsschedel vallen onmiddellijk de oogkassen en de neusholte op. De jukbeenderen (van buiten de „koonen”) vormen een deel van den jukboog, die voor het verdere bestaat uit een uitsteeksel van het slaapbeen. Men kan haar duidelijk bij zichzelf voelen loopen, vanaf het oor, tot aan den onderrand van de oogkas. De neuswortel wordt gevormd door het neusbeen. Evenals de jukbeenderen zijn deze kenmerkend gevormd bij verschillende rassen. Tenslotte kent iedereen de vaste bovenkaak en de beweeglijke onderkaak met de tanden en kiezen.

De wervelkolom bestaat uit zeven halswervels, twaalf ruggewervels, die de ribben dragen, vijf lendewervels, vijf heiligbeenwervels, die tot het

heiligbeen en twee of drie staartwervels, die tot het staartbeen vergroeid zijn.

Van de twaalf ribben (aan eiken kant) loopen er zeven direct naar het borstbeen (ware ribben), drie, daaropvolgende, telkens naar de vorige rib, vóór deze het borstbeen bereikt heeft (valsche ribben); de twee laatste liggen los tusschen de buikspieren, (zwevende ribben). Slechts door het sleutelbeen is de schoudergordel met het rompskelet verbonden.

Zij bestaat verder uit het schouderblad, dat de gewrichtskom draagt, die met den kop van het opperarmbeen, het schoudergewricht vormt.

In het elleboogsgewricht zijn ellepijp en spaakbeen (de onderarmbeenderen) bewegelijk ten opzichte van de bovenarm en ten opzichte van elkaar.

In het polsgewricht vormen zij gezamenlijk een gewrichtsvlakte met drie beentjes van den handwortel; daarop volgt een rij van vier handwortelbeentjes plus het erwtenbeentje, alle met elkaar half bewegelijk verbonden; dan vijf middelhandsbeentjes, dan vijf vingers elk uit drie kootjes bestaande (de duim heeft er twee).

De bekkengordel bestaat uit

Sluiten