Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bevriezen

der moederkoek, verscheurde bloedvaten, die nu vrij in de baarmoederholte uitkwamen, daardoor afgeknepen worden. Voornoemde samentrekkingen der baarmoeder, de weeën, zijn pijnlijk, bij de een meer dan bij de ander. Het bijbelwoord : met smart zult gij baren, is niet vereenigbaar met veler opvatting, om het pijnloos baren als een ideaal te beschouwen.

Er zijn daar tegenwoordig tal van methoden voor. Bij een werkelijke grondige verdooving bestaat er steeds althans eenig gevaar, hetzij voor de moeder, hetzij voor het kind, hetzij voor beiden.

De keuze en beslissing in dit probleem moet door iedereen volgens zijn eigen inzichten gedaan en genomen worden. Bevriezen. Hier is bedoeld : voor plaatselijke ongevoeligheid. Er wordt daarbij een dunne straal chlooraethyl (een uiterst vluchtige en snel ver- ■ dampende vloeistof) uit een : flacon op de plaats gespoten, i waar de een of andere chirur- i gische ingreep moet worden ■ verricht, (nagel verwijderen, ' insnijden van abcessen, kies- j trekken e.d.). De huid be- i vriest dan snel en is zoolang < dit aanhoudt, ongevoelig. Uit i den aard der zaak, duurt dit (

Bevriezing

; zeer kort en is de methode dus ! slechts voor kleine behande, üngen bruikbaar.

Bevriezing. De gelegenheid 1 tot bevriezen komt in ons land 1 niet vaak voor; in strenge t winters (i928-’29) zijn er echter altijd meerdere gevallen te vermelden. Voor directe inwerking van de kou, op straat, loopen voornamelijk ooren en neuspunt, vingers en teenen gevaar; in den vermelden winter Is het op de hardste vriesdagen herhaaldelijk voorgekomen. Het betreffende lichaamsdeel wordt wit; de persoon merkt er, na aanvankelijk wat stekende pijn, voorloopig niets meer van. Zoodra een ander het bemerkt, dient hij er den betreffende dadelijk op opmerkzaam op te maken. De beste behandeling bestaat uit inwrijven met sneeuw, anders zeer koud water. Het gaat erom, de bloedsstroom in die I lichaamsdeelen zeer langzaam weer op gang te brengen. Doet men het te snel, dan treedt, na een aanvankelijke ontdooiing, een blijvende verlamming der vaten op, met onherroepelijk verlies van het doorstroomde gebied. Bij zwaardere vormen van bevriezing ontstaan blaren en bij de zwaarste tenslotte afsterving van het weefsel tot op verschillende diepte. Deze

Sluiten